vorige  |  volgende
voorjaarsboomspanner  (Alsophila aescularia)

De langgerekte voorvleugels van het mannetje van de voorjaarsboomspanner overlappen elkaar in rusthouding; het vrouwtje is vleugelloos.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 16-19 mm. Het mannetje van deze vroege voorjaarssoort is slank gebouwd. De langgerekte voorvleugels, die elkaar in rusthouding overlappen, zijn grijsbruin van kleur. De middenband op de voorvleugel wordt aan beide zijden begrensd door een donkere en een wittige getande dwarslijn. Is doorgaans weinig variabel. Het vleugelloze vrouwtje is goed te herkennen aan het tonvormige onbehaarde lichaam met een opvallend bruin haarbosje aan het uiteinde.

Gelijkende soorten

Lijkt op de najaarsboomspanner (A. aceraria), die echter in het najaar vliegt. Het mannetje van de kleine voorjaarsspanner (Agriopis leucophaearia) heeft donkere golvende dwarslijnen en meestal een duidelijk lichter gekleurde middenband; bovendien overlappen de vleugels elkaar niet.

Voorkomen

Een vrij gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Vooral open bossen; ook struwelen, parken en tuinen.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken.

Vliegtijd en gedrag

Begin februari-half april in één generatie. De mannetjes vliegen na het donker worden en komen goed op licht. De vrouwtjes kunnen ´s nachts lopend op de stam worden waargenomen en vroeg in de morgen rustend tegen de schors.

Levenscyclus

Rups: eind april-juni. De rupsen hebben een onvolledig ontwikkeld paar poten aan het achtste lichaamssegment en zijn daardoor te onderscheiden van andere spannerrupsen. De rups verpopt zich in de grond onder de waardplant in een losse cocon. De soort overwintert als pop.

Laatste wijziging: 19 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Bob van de Dijk
Enumatil - 13 maart 2008
Foto: Mary van Steeg
 meer foto's »