De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
voorjaarsspanner  (Apocheima hispidaria)

De voorvleugels van de mannetjes van de voorjaarsspanner zijn soms geheel effen bruin; de vrouwtjes zijn ongevleugeld.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-17 mm. Het mannetje, dat kleiner is dan de mannetjes van verwante bossoorten, heeft een dicht behaard borststuk en een tamelijk smalle, spits toelopende voorvleugel met een afgeronde vleugelpunt. Op de voorvleugel zijn in principe vier donkerbruine dwarslijnen te onderscheiden, waarvan de duidelijkheid varieert. Doorgaans zijn in ieder geval twee goed zichtbaar; de buitenste is opvallend getand. Soms zijn deze lijnen echter afwezig en is de vleugel grotendeels bedekt met donkerbruine schubben. De meeste vlinders hebben een duidelijk lichtere zone langs de achterrand van de voorvleugel, maar sommige zijn helemaal donker. De achtervleugel is lichter dan de voorvleugel. Het vleugelloze vrouwtje is gewoonlijk donkerbruin of zwartbruin en aan de voorkant wat meer gedrongen dan de vleugelloze vrouwtjes van andere bossoorten; de poten zijn behaard.

Gelijkende soorten

Het vrouwtje van de perentak (Phigalia pilosaria) is minder harig en gewoonlijk lichter van kleur; de bovenkant van de kop is wit. De dunvlerkspanner (Lycia hirtaria) vliegt later in het voorjaar, is groter en heeft veel bredere vleugels; het vrouwtje van deze soort is gevleugeld. Zie ook de voorjaarsboomspanner (Alsophila aescularia).

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor, vooral op de zandgronden en in de duinen. RL: niet bedreigd.

Habitat

Oude eikenbossen en struwelen met volgroeide eiken.

Waardplanten

Diverse loofbomen, met een voorkeur voor eik.

Vliegtijd en gedrag

Half februari-half april in één generatie. De mannetjes komen, soms in redelijke aantallen, op licht.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De soort overwintert als pop in de grond.

Laatste wijziging: 9 december 2015


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Mannetje.
Enumatil - 28 februari 2009
Foto: Jeroen Voogd
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen