vorige  |  volgende
grote wintervlinder  (Erannis defoliaria)

De voorvleugels van het mannetje van de grote wintervlinder zijn variabel van patroon en van kleur.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 18-25 mm. De voorvleugel van het mannetje heeft een variabel patroon. Over de voorvleugel lopen meestal twee bruine of zwartachtige dwarsbanden die nogal onregelmatig van vorm zijn; meestal is ook een donkere centrale vlek aanwezig. De grondkleur varieert van gebroken wit tot oranjebruin. De achtervleugel is gewoonlijk gebroken wit met een centrale donkerbruine vlek. Regelmatig komen ook zwartgespikkelde vlinders zonder verdere tekening voor. De verschillende vormen vliegen door elkaar. Het vrouwtje is meestal geelwit met zwarte stippen en heeft kleine vleugelstompjes die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn.

Gelijkende soorten

Zie de najaarsspanner (Agriopis aurantiaria) en de grote voorjaarsspanner (Agriopis marginaria).

Voorkomen

Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Bossen, struwelen, heiden en ruige graslanden; soms ook tuinen.

Waardplanten

Vooral eik; ook andere loofbomen (soms schadelijk op eik).

Vliegtijd en gedrag

Begin oktober-eind december in één generatie; vroege waarnemingen vanaf eind augustus kunnen sporadisch voorkomen. De mannetjes worden bij het invallen van de duisternis soms vliegend waargenomen, vaak meerdere exemplaren bij elkaar; ze vliegen daarbij ongeveer twee meter boven de grond tussen steeds dezelfde bomen heen en weer. Vanaf vroeg in de avond tot ruim na middernacht komen de mannetjes op licht, soms in grote aantallen. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door in het donker boomstammen af te zoeken.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De soort overwintert als ei op de waardplant.

Laatste wijziging: 24 maart 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
mannetje
Foto: Gert Gelmers
mannetje
Dwingelo - 30 september 2008
Foto: Ab H. Baas
Hardenberg - 22 mei 2006
 meer foto's »