vorige  |  volgende
perentak  (Phigalia pilosaria)

De perentak vliegt vanaf begin januari tot eind april en is in hele land een gewone soort.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-24 mm. Het donkere tijger-patroon van het mannetje is variabel. De meeste exemplaren hebben een effen, vrijwel ongetekende groengrijze of lichtgrijze voorvleugel, maar er komen ook donkerder gekleurde varianten voor in diverse schakeringen. Verse vlinders hebben een rozeachtige tint op het achterlijf. Het vleugelloze vrouwtje is bruinachtig en heeft een dubbele rij vlekjes over het achterlijf; de bruin met wit geringde poten zijn niet behaard.

Gelijkende soorten

Lijkt oppervlakkig gezien wel een beetje op de dunvlerkspanner (Lycia hirtaria) maar is slanker gebouwd, meestal wat lichter gekleurd en mist de zware zwarte bestuiving en dwarslijnen; vliegt bovendien vroeger in het jaar. Zie ook de vrouwtjes van de voorjaarsboomspanner (Alsophila aescularia) en van de voorjaarsspanner (Apocheima hispidaria).

Voorkomen

Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Vooral loofbossen en struwelen; ook stadsparken.

Waardplanten

Diverse loofbomen, met een voorkeur voor eik.

Vliegtijd en gedrag

Begin januari-eind april in één generatie; wordt soms eind november al waargenomen. De vrouwtjes worden regelmatig vlak na zonsopkomst onder aan boomstammen gevonden, soms ook iets later. De mannetjes komen goed op licht, vaak in grote aantallen.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De soort brengt een deel van de winter door als pop in een cocon in de grond.

Laatste wijziging: 24 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
mannetje
Foto: Bob van de Dijk
mannetje
Foto: Jeroen Voogd
 meer foto's »