De VlinderstichtingVlindernet
Vlinder mee
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
herfstspanner  (Epirrita dilutata)

Eén van de drie Nederlandse Epirrita's die heel moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-22 mm. De voorvleugel is grijs- of bruinachtig van kleur en niet glanzend. De voorvleugel heeft meestal een patroon van voornamelijk smalle, afwisselend licht en donker gekleurde banden met zwarte dwarslijnen en aders. De variatie in deze tekening is groot; er bestaan exemplaren waarop de banden niet of nauwelijks zichtbaar zijn. De middenstip is vaag en heeft de vorm van een ovaal of een klein streepje. Een uitsteeksel van de onregelmatige binnenrand van de donkere buitenste dwarsband raakt de middenstip; de binnenrand van de dwarsband heeft op deze plaats de vorm van een liggende 3. In de zeldzame gevallen dat de middenstip los ligt van de band, heeft de band geen opvallend uitsteeksel. Vergeleken met de andere Epirrita-soorten zijn de antennen dikker en bij het mannetje meer ingesneden.

Gelijkende soorten

De bleke novemberspanner (E. christyi) is vaak lichter van kleur en duidelijker gebandeerd; de binnenrand van de buitenste dwarsband loopt in een wijde boog om de middenstip heen. Bij egaal donkere Epirrita-spanners gaat het in de regel om de herfstspanner, behalve wanneer een opvallende donkere, enigszins uitgesmeerde, V-vormige vlek midden op de voorvleugel aanwezig is op de plek waar de ader vertakt; in dat geval betreft het vaak een exemplaar van de novemberspanner (E. autumnata); deze soort is bovendien bonter getekend en de binnenrand van de buitenste dwarsband loopt in een scherpe hoek om de middenstip heen. De genoemde verschillen tussen de drie Epirrita-soorten zijn vaak echter niet betrouwbaar genoeg om de soorten met zekerheid van elkaar te onderscheiden. Voor een zekere determinatie is genitaliënonderzoek nodig.
Zie ook de kleine wintervlinder (Operophtera brumata) en de berkenwintervlinder (Operophtera fagata).

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt voor in bosachtige gebieden verspreid over het hele land. RL: niet bedreigd.

Habitat

Vooral loofbossen; ook struwelen en tuinen.

Waardplanten

Allerlei loofbomen, waaronder berk.

Vliegtijd en gedrag

Eind september-eind november in één generatie. De vlinders komen goed op licht en gaan graag in de omgeving van de lichtbron op een muur zitten.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups verpopt zich in de grond. De soort overwintert als ei op een twijg of op de schors.

Laatste wijziging: 16 september 2014


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Marian Schut
Voor vrijwel alle exemplaren uit dit geslacht geldt dat ze op grond van vleugelkenmerken niet met zekerheid tot op soortniveau zijn te determineren. Waarschijnlijk is dit Epirrita dilutata vanwege het grijze egale voorkomen.
Apeldoorn - 31 oktober 2009
Foto: Maria Stokkingreef
Op basis van de foto zijn de beide andere Epirrita-soorten niet met zekerheid uit te sluiten.
Vriezenveen - 29 april 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen