vorige  |  volgende
klein koolwitje  (Pieris rapae)

Het klein koolwitje is de algemeenste standvlinder in Nederland, die vrijwel overal het hele jaar door gezien kan worden.

Familie

witjes (PIERIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 21-27 mm. De zwarte vlek op de bovenkant van de voorvleugelpunt loopt langs de vleugelrand niet door tot beneden de zwarte vlek op het midden van de voorvleugel. Bovendien eindigt deze vlek aan de onderkant in een rechte lijn. De aders op de onderkant van de achtervleugel zijn niet grijsgroen bestoven. Zowel het mannetje als het vrouwtje heeft op de voorvleugel twee vlekken; bij het vrouwtje zijn deze vlekken groter en zwarter dan bij het mannetje.

Gelijkende soorten

Bij het klein geaderd witje zijn de aders op de onderkant van de achtervleugel grijsgroen bestoven; bovendien loopt de zwarte vlek in de voorvleugelpunt geleidelijk naar beneden toe en eindigt deze niet in een rechte lijn. Zie ook het groot koolwitje.

Voorkomen

Een zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Diverse biotopen, zoals ruigten, tuinen, parken, dijken, houtwallen, bloemrijke graslanden en bos- en akkerranden.

Waardplanten

Wilde en gecultiveerde kruisbloemigen en reseda; in het voorjaar worden de eitjes vooral op wilde plantensoorten gelegd, in de zomer veel vaker in (moes)tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-begin juni, half juni-begin september en half juli-half oktober in drie generaties; de tweede en derde generatie overlappen elkaar gedeeltelijk. In zeer gunstige jaren kan zelfs een vierde generatie optreden, die van eind september tot begin november vliegt.

Levenscyclus

Rups: eind mei-half juli en half augustus-begin oktober. De grotere rupsen eten vooral uit het hart van de koolplant en kunnen daardoor schade veroorzaken. De verpopping vindt plaats onder een natuurlijk of kunstmatig dakje. De soort overwintert als pop.

Laatste wijziging: 20 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
mannetje bovenkant
Foto: Menno Venema
Zevenaar - 2 juli 2007
Foto: Mary van Steeg
 meer foto's »

filmpje
klein koolwitje