
klein geaderd witje (Pieris napi)
De voorjaarsgeneratie van het klein geaderd witje heeft opvallende aders, maar de zomervlinders zijn soms moeilijk van het klein koolwitje te onderscheiden. Familiewitjes (PIERIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 20-24 mm. De aders op de onderkant van de achtervleugel zijn grijsgroen bestoven. De zwarte vlek in de voorvleugelpunt loopt geleidelijk naar beneden toe en eindigt niet in een rechte lijn. Op de bovenkant van de voorvleugel bevinden zich bij het mannetje één en bij het vrouwtje twee donkergrijze of zwarte vlekken.Gelijkende soortenZie het klein koolwitje en het groot koolwitje.VoorkomenEen zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.HabitatVooral vochtige terreinen zoals moerassen, hooilanden en langs bosranden; ook graslanden, tuinen, parken en heiden.WaardplantenVooral look-zonder-look en pinksterbloem, maar ook andere kruisbloemigen; vooral in halfbeschaduwde en vochtige milieus.Vliegtijd en gedragBegin april-begin juni, en eind juni-september in drie generaties; de tweede en derde generatie overlappen elkaar. In sommige koele en natte jaren vliegt de soort slechts in twee generaties. In zeer warme jaren vliegt er mogelijk een kleine vierde generatie; het kan echter ook zijn dat zo´n late opleving in de vliegtijd wordt veroorzaakt door verschillen in ontwikkelingstijd van rupsen en poppen.LevenscyclusRups: half mei-begin juli en begin augustus-begin oktober. De soort overwintert als pop, hangend tegen een stam, een steen of iets dergelijks.Laatste wijziging: 18 april 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot mannetje bovenkant Foto: Theo van der Kemp Silvolde - 29 augustus 2008 Foto: Kees Smit Drachten - 30 mei 2009 filmpje |
||


