De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
lijnsnuituil  (Herminia tarsipennalis)

Om het bobbeltje halverwege de antennen van de mannetjes van de lijnsnuituil te zien is een loep noodzakelijk.

Familie

spinneruilen (EREBIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-16 mm. Deze snuituil heeft een tamelijk effen, soms iets grijsachtige, bruine voorvleugel met een zeer fijne bestuiving en drie donkere dwarslijnen. De binnenste dwarslijn is licht gebogen en maakt bij de voorrand een vrij sterke buiging in de richting van de vleugelwortel, de buitenste dwarslijn heeft de vorm van een vraagteken en de golflijn is recht en eindigt vrij ver van de vleugelpunt. De middenvlek is zichtbaar als een klein smal donker gebogen streepje en de franjelijn bestaat uit kleine zwartachtige streepjes. Op de antennen van het mannetje is halverwege een klein bobbeltje aanwezig; om dit te zien is een loep noodzakelijk. Evenals de andere snuituilen heeft deze soort een opvallende 'snuit', gevormd door de lange palpen.

Gelijkende soorten

De maansnuituil (Z. lunalis) is groter en heeft een grotere en sterker gebogen middenvlek. Bovendien is de voorvleugel bij die soort minder egaal en is er vaak een diffuse, donkere zone rondom de golflijn. De schaduwsnuituil (Herminia tarsicrinalis) is iets kleiner, heeft een rechtere binnenste dwarslijn en een diffuse middenschaduw; de franjelijn is ononderbroken en het bobbeltje halverwege de antennen van het mannetje ontbreekt. De golflijn op de voorvleugel van de boogsnuituil (Herminia grisealis) is gebogen en eindigt in de vleugelpunt; bovendien is deze soort kleiner en is de vleugeltekening scherper. Zie ook de baardsnuituil (Pechipogo strigilata).

Voorkomen

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Habitat

Loofbossen, struwelen en tuinen.

Waardplanten

Vooral afgevallen blad van onder andere beuk, eik en braam.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-half oktober in twee generaties; de tweede generatie (augustus-oktober) is partieel. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen zowel op licht als op smeer. Overdag zijn de vlinders gemakkelijk op te jagen uit de vegetatie.

Levenscyclus

Rups: juli-april. De rups leeft tussen afgevallen bladeren en overwintert in een losse cocon in de strooisellaag, waarin in het voorjaar de verpopping plaatsvindt.

Laatste wijziging: 20 januari 2016


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Kim Huskens
Wageningen - 26 juni 2009
Foto: Bob van de Dijk
Enumatil - 6 augustus 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen