vorige  |  volgende
gamma-uil  (Autographa gamma)

De gamma-uil is een heel gewone trekvlinder uit het Middellandse Zeegebied, die zowel overdag als 's nachts vliegt.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 13-21 mm. Net als de andere Autographa-soorten houdt deze uil in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren zijn twee kleinere kuifjes zichtbaar. De voorvleugel is bruin en grijs gemarmerd en heeft soms een paarsachtige tint. Aan de buitenzijde van de buitenste dwarslijn bevindt zich een breed naar de binnenrand uitlopende licht gekleurde veeg. Het belangrijkste kenmerk is de opvallende zilverkleurige ongebroken Y-vormige vlek in het midden van de voorvleugel. Zowel de grootte van de vlinder als de kleur van de voorvleugel kunnen sterk variëren.

Gelijkende soorten

Kleine exemplaren kunnen worden verward met de ni-uil (Trichoplusia ni); bij deze soort is de Y-vormige vlek echter in tweeën gebroken. De zilverkleurige vlek op de voorvleugel van de getekende gamma-uil (Macdunnoughia confusa) loopt via een dunne lijn door tot aan de binnenrand van de vleugel. De donkere jota-uil (A. pulchrina) en de jota-uil (A. jota) zijn meer roodachtig van kleur. De schijn-gamma-uil (Syngrapha interrogationis) is zwarter en sierlijker getekend.

Voorkomen

Een heel gewone trekvlinder uit het Middellandse Zeegebied, die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Deze soort kan overal worden aangetroffen; wordt ook geregeld in tuinen waargenomen.

Waardplanten

Allerlei kruidachtige planten, waaronder braam, walstro, klaver, brandnetel en landbouwgewassen zoals aardbei, tomaat, erwt, kool en boon.

Vliegtijd en gedrag

April-oktober in meerdere generaties; soms ook in de wintermaanden een waarneming. De vlinders vliegen zowel overdag als ´s nachts; ze komen goed op licht en in mindere mate op smeer. Overdag en in de schemering bezoeken ze geregeld bloemen, waarbij ze soms heftig met hun vleugels trillend op een blad zitten.

Levenscyclus

Rups: mei-november. De ontwikkelingssnelheid van de rups is sterk afhankelijk van de temperatuur. De verpopping vindt plaats in een glanzende zilverkleurige cocon tegen een blad van de waardplant. De soort overwintert in zachte winters soms in Nederland als volgroeide rups of als pop.

Laatste wijziging: 19 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Jeroen Voogd
Foto: Jeroen Voogd
 meer foto's »