
koperuil (Diachrysia chrysitis)
Een opvallende uil met een kopergele tekening is de koperuil, die voorkomt in tuinen en andere biotopen. Familieuilen (NOCTUIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 16-19 mm. De kop en de karakteristieke kuif op de bovenzijde van het borststuk hebben een opvallende oranje kleur; verderop op het borststuk is een tweede oranje kuifje zichtbaar en op het achterlijf bevinden zich ook twee kleine kuifjes. De brede voorvleugel is grijsachtig bruin met een paarse tint en eindigt sierlijk in een scherpe, naar buiten gebogen punt. Kenmerkend is het patroon van twee brede metaalgroene banden in het wortelveld en in het zoomveld, die een opvallende metaalglans hebben. Vaak zijn deze banden door een verbinding in het middenveld met elkaar versmolten. Vlinders van de tweede generatie zijn over het algemeen kleiner dan die van de eerste generatie.Gelijkende soortenZie de grote koperuil (D. chryson).VoorkomenEen heel gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.HabitatTuinen, struwelen, slootkanten, moerassen, bosranden en ruige graslanden.WaardplantenDiverse kruidachtige planten, waaronder brandnetel, dovenetel, wilde marjolein en distels.Vliegtijd en gedragMei-oktober in twee, soms drie generaties. De vlinders zijn actief in de schemering en bezoeken bloemen van onder andere vlinderstruik en kamperfoelie; later in de nacht vliegen ze opnieuw en komen ze op licht.LevenscyclusRups: juni-mei. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag dicht bij de grond onder de waardplant. De soort overwintert als jonge rups dicht bij de grond in de vegetatie en verpopt zich in een losse cocon aan de onderzijde van een blad van de waardplant.Laatste wijziging: 18 juni 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam Foto: Bob van de Dijk Foto: Elsbeth Cochius na de overwintering |
||


