De VlinderstichtingVlindernet
Vlinder mee
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
egelskopboorder  (Globia sparganii)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-18 mm. De achterrand van de voorvleugel maakt een vrijwel rechte hoek met de voorrand en het uiteinde van het achterlijf steekt in rust opvallend onder de vleugels uit. De voorvleugel heeft een vrij effen, vaak iets bespikkelde, ondergrond die varieert van oranjeachtig tot crèmekleurig. Vanuit de vleugelwortel loopt een donkere veeg over het midden van de vleugel met daarop soms een zwart vlekje in het wortelveld en meestal twee zwarte vlekjes in het middenveld. Kenmerkend is de dikke zwarte, soms onderbroken omranding van de binnenste lob van de niervlek, die zelf overigens nauwelijks zichtbaar is; deze donkere omranding maakt eveneens deel uit van de donkere veeg op de vleugel. Voorbij de niervlek vervaagt de donkere veeg, maar in het zoomveld ligt vaak nog een donkere uitloper daarvan. Van de centrale dwarslijnen is met name de buitenste meestal goed zichtbaar als een rij zwarte streepjes of stippen. De franjelijn is altijd duidelijk te zien als een rij halvemaanvormige vlekjes. De achtervleugel is doorgaans donker gestreept.

Gelijkende soorten

De moerasplantenboorder (G. algae) mist de gestippelde franjelijn en de niervlek bestaat slechts uit een klein donker vlekje; het mannetje is bovendien oranjebruin van kleur. Zie ook de lisdoddeboorder (Nonagria typhae), de geelbruine rietboorder (A. dissoluta) en de stippelrietboorder (Protarchanara brevilinea).

Voorkomen

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor; de meeste waarnemingen komen uit de kustprovincies. RL: kwetsbaar.

Habitat

Slootkanten, rivieroevers, moerassen en poelen in bosachtige gebieden.

Waardplanten

Lisdodde, grote egelskop, gele lis en mattenbies.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-begin oktober in één generatie. De vlinders komen op licht en zwerven daarbij soms ver weg van het leefgebied.

Levenscyclus

Rups: mei-augustus. De rups leeft in de stengel van de waardplant en verpopt zich met de kop naar beneden gericht in een stengel bij een van tevoren gemaakt gat. De soort overwintert als ei op een blad van de waardplant.

Laatste wijziging: 15 september 2014


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
Foto: Bob van de Dijk
Enumatil - 26 juli 2009
Foto: Corry van Elzelingen
Brabantse Biesbosch - 23 juli 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen