
levervlek (Euplexia lucipara)
Familieuilen (NOCTUIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 14-17 mm. Deze uil heeft net als de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) een ongebruikelijke rusthouding waarin de vlinder sterk op een dood blad lijkt. De voorrand van de voorvleugel wordt meestal onder de rest van de vleugel geplooid en de vleugelpunt is naar beneden gevouwen; het grootste deel van de vleugel ligt hierdoor enkele millimeters boven het oppervlak waarop de vlinder zit te rusten. Het meest opvallende kenmerk in de tekening is de lichte goudgele niervlek op de grens van de donkere middenband en de brede lichtbruine of rozeachtig bruine zone daarnaast; in deze lichtere zone ligt ter hoogte van de niervlek een vrij grote, iets donkerder goudgeel gekleurde vlek. De tekening is weinig variabel. Bij sommige exemplaren heeft het wortelveld een rozeachtige tint.VoorkomenEen gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.HabitatTuinen, parken, bossen en heiden.WaardplantenAllerlei kruidachtige planten, struiken en loofbomen, waaronder vooral varen en berk.Vliegtijd en gedragBegin mei-begin augustus in één generatie; soms een partiële tweede generatie in september. De vlinders komen zowel op licht als op smeer; ze bezoeken bloemen en honingdauw. Overdag houden ze zich meestal goed verborgen, maar ook vlinders die onbeschut zitten vallen nauwelijks op.LevenscyclusRups: juli-oktober. De rups is vooral ´s nachts actief en verbergt zich overdag in de strooisellaag of aan de onderkant van een blad van de waardplant. De soort overwintert als pop in de grond.Laatste wijziging: 18 juni 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam Foto: Bob van de Dijk |
||

