vorige  |  volgende
heidewortelboorder  (Phymatopus hecta)

De mannetjes van de heidewortelboorder lokken de vrouwtjes door het verspreiden van een ananasachtige geur.

Familie

wortelboorders (HEPIALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 12-15 mm, ♀ 13-16 mm. De goudkleurige tekening op de voorvleugel van het mannetje is kenmerkend. Anders dan bij de andere wortelboorders loopt de band aan de vleugelbasis min of meer parallel aan de buitenste band en is vaak halverwege afgebroken. Het minder contrastrijk gekleurde vrouwtje heeft brede, purpergrijze banden op de voorvleugel.

Gelijkende soorten

De slawortelboorder (Pharmacis lupulina) is minder slank en de witte banden lopen, indien aanwezig, niet parallel maar vormen een omgekeerde V.

Voorkomen

Een vrij gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt, vooral op de zandgronden; op sommige vliegplaatsen zeer talrijk.

Habitat

Vooral open bossen met een ondergroei van grassen, varens of dwergheesters; ook struwelen, heiden en ruige graslanden.

Waardplanten

Vooral bosbes en diverse soorten varen; soms ook andere kruidachtige planten of grassen.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-eind juli in één generatie. De mannetjes vliegen in de schemering rond de waardplanten, waarbij ze een ananasachtige geur verspreiden om vrouwtjes te lokken; ook bij zonsopgang worden ze soms vliegend waargenomen. Zowel mannetjes als vrouwtjes komen in kleine aantallen op licht.

Levenscyclus

Rups: augustus-april. De rups, die onder de grond leeft en zich voedt zich met wortels en (ondergrondse) stengeldelen, overwintert tweemaal en verpopt zich in de grond.

Laatste wijziging: 4 februari 2010


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: