
heidewortelboorder (Phymatopus hecta)
De mannetjes van de heidewortelboorder lokken de vrouwtjes door het verspreiden van een ananasachtige geur. Familiewortelboorders (HEPIALIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: ♂ 12-15 mm, ♀ 13-16 mm. De goudkleurige tekening op de voorvleugel van het mannetje is kenmerkend. Anders dan bij de andere wortelboorders loopt de band aan de vleugelbasis min of meer parallel aan de buitenste band en is vaak halverwege afgebroken. Het minder contrastrijk gekleurde vrouwtje heeft brede, purpergrijze banden op de voorvleugel.Gelijkende soortenDe slawortelboorder (Pharmacis lupulina) is minder slank en de witte banden lopen, indien aanwezig, niet parallel maar vormen een omgekeerde V.VoorkomenEen vrij gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt, vooral op de zandgronden; op sommige vliegplaatsen zeer talrijk.HabitatVooral open bossen met een ondergroei van grassen, varens of dwergheesters; ook struwelen, heiden en ruige graslanden.WaardplantenVooral bosbes en diverse soorten varen; soms ook andere kruidachtige planten of grassen.Vliegtijd en gedragHalf mei-eind juli in één generatie. De mannetjes vliegen in de schemering rond de waardplanten, waarbij ze een ananasachtige geur verspreiden om vrouwtjes te lokken; ook bij zonsopgang worden ze soms vliegend waargenomen. Zowel mannetjes als vrouwtjes komen in kleine aantallen op licht.LevenscyclusRups: augustus-april. De rups, die onder de grond leeft en zich voedt zich met wortels en (ondergrondse) stengeldelen, overwintert tweemaal en verpopt zich in de grond.Laatste wijziging: 4 februari 2010 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam Foto: Jeroen Voogd |
||

