De VlinderstichtingVlindernet
Vlinder mee
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders
vorige  |  volgende
spitsvleugelgrasuil  (Mythimna straminea)

De rupsen van de spitsvleugelgrasuil foerageren 's nachts en verbergen zich overdag in oude rietstengels, waarin ze zich ook verpoppen.

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.




Kenmerken

Voorvleugellengte: 14-18 mm. De voorvleugel heeft, in vergelijking met de andere Mythimna-soorten, een rechte achterrand, die vlak voor de vleugelpunt soms licht naar buiten buigt, waardoor de vleugelpunt iets uitsteekt. De grondkleur van de voorvleugel is zacht strokleurig lichtgrijs, vaak met een licht rozeachtig bruine tint. Langs de hoofdader loopt een bruine streep en de dunne, vaak nauwelijks zichtbare gebogen buitenste dwarslijn bestaat uit zwarte stippen. De achtervleugel is witachtig met donkere aders en een lichte tot matige grijze spikkeling; in het midden bevindt zich een, soms vage, gebogen rij korte zwartachtige streepjes. De onderzijde van zowel de voor- als de achtervleugel is in lichte mate donker gestreept en gespikkeld en gewoonlijk is een donkere middenvlek aanwezig.

Gelijkende soorten

Afgevlogen exemplaren met een sterke spikkeling en vage donkere streepjes op de achtervleugel kunnen sterk op de stompvleugelgrasuil (M. impura) lijken, vooral als de vleugelpunt geen duidelijk uitstekend puntje heeft. De stompvleugelgrasuil is over het algemeen echter donkerder en krachtiger getekend en de onderzijde van de voorvleugel is in sterkere mate donker bespikkeld en gestreept. Zie ook de bleke grasuil (M. pallens), de pseudo-bleke grasuil (M. favicolor), de gestreepte rietuil (Leucania obsoleta) en de kleine rietvink (Simyra albovenosa).

Voorkomen

Algemeen. Komt voor in het westen en het noorden van het land; elders af en toe een waarneming. RL: kwetsbaar.

Habitat

Moerasachtige gebieden en oevers langs rivieren, kanalen en sloten.

Waardplanten

Riet en rietgras.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-eind augustus in één generatie; soms een partiële tweede generatie tot in oktober. De vlinders komen op licht, smeer en bloeiende grassen.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De soort overwintert als jonge rups. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag in de strooisellaag of in oude rietstengels, waarin ook de verpopping plaatsvindt.

Laatste wijziging: 15 september 2014


De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere:

N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben.
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Naturalis Biodiversity Center Leiden
Foto: Bob van de Dijk
Eernewoude - 11 juli 2009
 naar fotoalbum »


De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen