vorige  |  volgende
nunvlinder  (Orthosia gothica)

Familie

uilen (NOCTUIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-17 mm. Deze uil is goed van de andere Orthosia-soorten te onderscheiden door de opvallende zwarte vlek op de voorvleugel. Deze vlek is tamelijk variabel, maar heeft doorgaans ruwweg de vorm van een zadel en bestaat uit een rechthoekig veld waarin de lichte ringvlek naar binnen steekt; soms wordt het zwarte veld door de ringvlek helemaal in tweeën gedeeld en heel zelden is de vlek gebogen, vervormd of sterk gereduceerd. De grondkleur van de voorvleugel is bij de meeste exemplaren grijs- of roodachtig bruin, maar kan variëren van licht zandkleurig tot zwartachtig en kan roze- of purperachtig bruin getint zijn. Bij sommige, vooral roodachtige exemplaren kan de kleur van de zadelvlek overeen komen met de grondkleur; door de lichte randen van de niervlek en ringvlek is de vlek toch altijd te onderscheiden.

Gelijkende soorten

Exemplaren met een niet volledige zwarte vlek kunnen worden aangezien voor de zwartvlekwinteruil (Conistra rubiginosa); bij deze soort is de binnenzijde van de niervlek en de ringvlek echter altijd donker gevuld.

Voorkomen

Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Er lijkt geen voorkeur te bestaan voor een bepaald biotoop.

Waardplanten

Diverse planten en loofbomen, waaronder eik, berk, meidoorn, wilg, bosbes, zuring, moerasspirea en brandnetel.

Vliegtijd en gedrag

Begin maart-juni in één generatie. De vlinders zijn vaak pas later op de avond actief, zelfs in koude nachten; ze komen zowel op licht als op smeer en bezoeken wilgenkatjes.

Levenscyclus

Rups: april-juli. De rups foerageert vooral ´s nachts, eerst op de knoppen van de waardplant, later op de bladeren. De soort overwintert als pop in een cocon in de grond.

Laatste wijziging: 18 juni 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Bernard Fransen
Foto: Judith Bouma
 meer foto's »