hopwortelboorder  (Hepialus humuli)

De mannetjes van de hopwortelboorder hebben meestal witte vleugels, die van het vrouwtje zijn oranjegeel.

Familie

wortelboorders (HEPIALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 21-29 mm, ♀ 21-35 mm. De grootste van onze wortelboorders. Het mannetje heeft doorgaans effen witte voor- en achtervleugels, die aan de onderkant bruingrijs zijn. Het vrouwtje is te herkennen aan de geeloranje voorvleugel.

Voorkomen

Een niet zo gewone soort die verspreid over het hele land lokaal voorkomt; kan op sommige vliegplaatsen talrijk zijn en heeft vaak een voorkeur voor vochtige gebieden.

Habitat

Grazige ruigten (zowel in open terrein als langs struwelen, bosranden en brede bospaden) en open bossen met een ondergroei van hei; soms ook gecultiveerde plaatsen zoals akkerranden, wegbermen en tuinen.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, waaronder zuring en hop; ook allerlei grassen.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-eind juli in één generatie. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes vliegen in de schemering en na het invallen van de duisternis; beide komen op licht. De mannetjes voeren tijdens de schemering een opvallende baltsvlucht uit, soms met tientallen tegelijk. Ze vliegen in een slingerbeweging boven een bepaalde plek heen en weer en verspreiden daarbij een soort bokkenlucht waardoor vrouwtjes worden aangetrokken. Die vliegen op hun beurt rechtstreeks op een mannetje af, waarna ze samen op de grond vallen. Parende exemplaren zijn bij het licht van een zaklamp gemakkelijk te vinden in lage vegetatie.

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De rups leeft onder de grond en voedt zich met wortels en (ondergrondse) stengeldelen. De rups overwintert één- of tweemaal en verpopt zich tussen de wortels.

Laatste wijziging: 5 december 2008


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie P. Rooy
mannetje
Foto: Bob van de Dijk
vrouwtje
Oudega/de Veenhoop - 5 juli 2008
Foto: Kimmo Silvonen
Finland - 7 mei 1988
 meer foto's »