vorige  |  volgende
rietvink  (Euthrix potatoria)

De rups van de rietvink drinkt van dauwdruppels en wordt ook wel drinker genoemd.

Familie

spinners (LASIOCAMPIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: ♂ 21-25 mm, ♀ 28-35 mm. Is te onderscheiden van alle andere grote spinners door de buitenste dwarslijn op de voorvleugel die diagonaal naar de vleugelpunt loopt én de extra witte vlek dicht bij het midden van de voorrand van de vleugel. Het mannetje heeft gewoonlijk een warme roodbruine kleur met gelige vlekken, het vrouwtje varieert van donkergeel tot vaalgeel of wittig.

Voorkomen

Een vrij gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt en een voorkeur heeft voor vochtige gebieden met rietvegetatie; lijkt de laatste tijd toe te nemen op sommige vochtige heiden waar vergrassing met pijpenstrootje plaatsvindt.

Habitat

Uitgestrekte vochtige graslanden, moerassen, laagveen, natte heiden, open vochtige bossen, struwelen, slootkanten en andere vochtige plaatsen.

Waardplanten

Riet en andere harde grassen, waaronder kropaar en duinriet.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-begin augustus in één generatie; hoogst zelden is er een partiële tweede generatie van eind september tot begin oktober. De vlinders vliegen ´s avonds en ´s nachts; ze komen op licht, de mannetjes vaker dan de vrouwtjes.

Levenscyclus

Rups: september-juni. De rups drinkt van dauwdruppels en wordt daarom ook wel drinker genoemd. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich in een crèmekleurige, spoelvormige papierachtige cocon, meestal tegen een grasstengel maar soms ook onder een stuk hout.

Laatste wijziging: 26 juni 2008


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
mannetje
Foto: Jeroen Voogd
Foto: Jeroen Voogd
 meer foto's »