
wolspinner (Eriogaster lanestris)
De wolspinner is uitgestorven in Nederland. Familiespinners (LASIOCAMPIDAE)meer informatie over deze familie » KenmerkenVoorvleugellengte: 15-21 mm. Is te herkennen aan de combinatie van de vliegtijd, de relatief geringe grootte, de diepe roodbruine kleur, de wittige vlek op de voorvleugel en de wittige dwarslijn. Het vrouwtje is groter en heeft aan het uiteinde van het achterlijf een bosje grijze haren, die gebruikt worden om eilegsels mee te bedekken.Gelijkende soortenZie de zwarte herfstspinner (Poecilocampa populi).VoorkomenWas altijd een lokale en zeer zeldzame soort. De laatste waarneming dateert uit 1957; daarna is deze soort niet meer waargenomen en wordt daarom nu als uitgestorven beschouwd.HabitatStruwelen en verspreid liggende bosschages in open gebied.WaardplantenVooral sleedoorn en meidoorn.Vliegtijd en gedragMaart-april in één generatie. Soms is er een tweede vliegperiode in september-oktober doordat enkele poppen zijn blijven liggen. De vlinders zijn alleen ´s nachts actief.LevenscyclusRups: april-juli. De rupsen leven gezamenlijk in een compact spinsel waarin ze tot halverwege het laatste stadium verblijven. Tijdens warm zonnig weer zonnen ze op het spinsel. Ze foerageren vooral ´s nachts. Heggen en struiken die in de herfst licht gesnoeid zijn hebben voorkeur boven ongesnoeide. De soort overwintert als pop in een stevige bruine, bolvormige cocon, gewoonlijk vlak bij de grond. De pop blijft vaak twee of drie winters lang liggen voordat hij uitkomt, in kweek soms wel zeven jaar.Laatste wijziging: 27 oktober 2011 De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere: ![]() N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben. |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam Foto: Jeroen Voogd Foto: Jeroen Voogd |
||


