vorige  |  volgende
lindepijlstaart  (Mimas tiliae)

De vorm, tekening en kleur van de voorvleugels onderscheiden de lindepijlstaart van alle andere Nederlandse en Belgische pijlstraarten.

Familie

pijlstaarten (SPHINGIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 23-39 mm. Kleur, vleugelvorm en vleugeltekening onderscheiden deze soort van vrijwel alle andere Nederlandse pijlstaarten. Het mannetje maakt doorgaans een groene indruk, het vrouwtje is meer oranjeroze getint; kleur en tekening kunnen echter variëren. De twee grote donkere olijfgroene of bruine vlekken midden op de voorvleugel zijn soms zo groot dat ze een band vormen; soms zijn ze sterk gereduceerd tot slechts één kleine vlek.

Gelijkende soorten

De teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) is kleiner, meer gedrongen en de achtervleugel is feller gekleurd.

Voorkomen

Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Vooral loofbossen, parken en tuinen; ook in stedelijke omgeving.

Waardplanten

Vooral linde; ook berk, iep, els en zoete kers.

Vliegtijd en gedrag

Half april-eind juli in één generatie. De vlinders zijn overdag soms op boomstammen, op muren of in de kruin van linden te vinden. Ze komen op licht, meestal vroeg in de nacht.

Levenscyclus

Rups: juli-september. De rupsen worden soms waargenomen wanneer ze omlaag kruipen langs de stam van de waardplant, zoals bijvoorbeeld van stadslinden; soms worden op het trottoir daaronder platgetrapte exemplaren aangetroffen. De soort overwintert als pop in de grond, meestal in de buurt van de waardplant. Een enkele maal zijn poppen gevonden tussen opgehoopt bladmateriaal in de splitsing van takken en in nestkastjes.

Laatste wijziging: 8 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Sandra Lamberts
Texel, De Dennen - 25 juni 2010
Foto: Jeroen Voogd
 meer foto's »