vorige  |  volgende
kolibrievlinder  (Macroglossum stellatarum)

De kolibrievlinder kan in tuinen worden waargenomen, snel vliegend of stilstaand in de lucht tijdens het foerageren.

Familie

pijlstaarten (SPHINGIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 20-24 mm. Deze pijlstaart heeft, door de manier waarmee hij snel van bloem tot bloem vliegt en daarvoor stilstaat in de vlucht, veel weg van een kolibrie. In de vlucht is de oranjebruine kleur van de achtervleugel en van de onderkant van de voorvleugel duidelijk zichtbaar. De bovenkant van de voorvleugel, de kop, het borststuk en een groot deel van het achterlijf zijn warmbruin met een grijsachtige tint.

Gelijkende soorten

De hommelvlinder (Hemaris tityus) en de glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis) hebben grotendeels doorschijnende vleugels. Ook is bij deze soorten het achterlijf gevarieerder getekend; vooral de goudkleurige haren, die het meest opvallen bij verse vlinders, zijn kenmerkend.

Voorkomen

Een gewone trekvlinder die in wisselende aantallen in het hele land kan worden waargenomen; 100 tot 200 waarnemingen per jaar is normaal, maar in warme zomers zijn het er soms vele duizenden.

Habitat

Vrijwel alle biotopen; ook tuinen.

Waardplanten

Walstrosoorten; ook meekrap.

Vliegtijd en gedrag

Februari-november. De meeste waarnemingen worden gedaan in augustus en september. De laatste jaren wordt deze soort ook af en toe waargenomen in het vroege voorjaar en er is in elk geval één overwinterend exemplaar waargenomen. De vlinders vliegen overdag, vooral bij zonnig weer maar soms ook bij bewolking of zelfs in lichte regen; ze bezoeken allerlei soorten planten met buisvormige bloemen. Ze worden ook af en toe in de schemering of in het donker waargenomen.

Levenscyclus

Rups: mei-oktober. De meeste rupsen worden waargenomen in augustus. De rups verpopt zich in een losse cocon die dicht bij de grond of tussen bladeren van de waardplant gesponnen wordt.

Laatste wijziging: 8 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Henk van der Weijde
Foto: Jeroen Voogd
 meer foto's »