vorige  |  volgende
ligusterpijlstaart  (Sphinx ligustri)

Een gewone pijlstaart, waarvan de rupsen onder andere liguster, sering en sneeuwbes als voedselplant hebben, is de ligusterpijlstaart.

Familie

pijlstaarten (SPHINGIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 41-55 mm. De zwartachtige bovenzijde van het borststuk en de opvallende donkerbruine strook langs de binnenrand van de voorvleugel die doorloopt tot in de vleugelpunt, maken deze soort goed herkenbaar. De zwarte banden op het roze achterlijf en op de lichtroze achtervleugel steken krachtig af. Er is enige variatie in de kleurintensiteit; heel zelden is het roze vervangen door wit of zijn de achterlijfbanden geelachtig.

Gelijkende soorten

De dennenpijlstaart (S. pinastri) is kleiner en heeft geen roze banden op het achterlijf. Zie ook de windepijlstaart (Agrius convolvuli).

Voorkomen

Een gewone soort die in het grootste deel van het land voorkomt. Er komen relatief weinig waarnemingen uit de oostelijke helft van Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant.

Habitat

Graslanden, struwelen, open bossen, tuinen en moerassen.

Waardplanten

Liguster, sering, gewone es, sneeuwbes, gelderse roos, moerasspirea en vlier.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-begin september in één generatie. Verse vlinders zijn soms te vinden op verticale oppervlakken, zoals boomstammen, hekken en muren. De vlinders zijn actief in het donker en komen op licht. Ze hebben een lange roltong en bezoeken bloemen.

Levenscyclus

Rups: juli-begin november. De soort overwintert als pop in de grond, in sommige gevallen zelfs tweemaal, op een diepte van soms meer dan 30 cm.

Laatste wijziging: 17 juni 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Huig Bouter
Loetbos - 16 juli 2009
Foto: Redgy en Ann
 meer foto's »