vorige  |  volgende
appeltak  (Campaea margaritaria)

De rupsen van de appeltak hebben twee paar buikpoten in plaats van één paar zoals de meeste spannerrupsen.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 18-26 mm. Verse vlinders zijn goed herkenbaar door de groene kleur. De groene tint is enkele dagen na het uitkomen echter grotendeels verdwenen en de vlinders zijn dan groenachtig wit of zelfs vrijwel helemaal wit. Over de voorvleugel lopen tamelijk rechte witte dwarslijnen die aan één kant zijn afgezet met een geelgroene lijn. Door de enigszins haakvormige vleugelpunt met het rode vlekje is deze soort goed te onderscheiden van andere groene spanners. Vlinders van de tweede generatie zijn kleiner en donkerder.

Gelijkende soorten

Zie de eikentak (C. honoraria), de tere zomervlinder (Hemistola chrysoprasaria) en de rode dennenspanner (Hylaea fasciaria).

Voorkomen

Een heel gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Vooral loofbossen; ook struwelen, parken en tuinen.

Waardplanten

Diverse loofbomen.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-eind september in twee generaties. De vlinders rusten aan de onderzijde van bladeren van bomen en struiken en worden gemakkelijk verstoord. Ze komen goed op licht.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De soort overwintert als jonge rups, plat tegen een twijg van de waardplant aangedrukt. In tegenstelling tot de meeste spannerrupsen heeft deze soort één paar naschuivers en twee paar buikpoten.

Laatste wijziging: 8 februari 2010


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
Foto: Frank van Breukelen
Wageningen - 6 mei 2007
Foto: Bob van de Dijk
Kenmerkend is de franje aan de buikzijde en het extra paar buikpoten.
 meer foto's »