
appeltak (Campaea margaritaria)
De rupsen van de appeltak hebben twee paar buikpoten in plaats van één paar zoals de meeste spannerrupsen. Familiespanners (GEOMETRIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 18-26 mm. Verse vlinders zijn goed herkenbaar door de groene kleur. De groene tint is enkele dagen na het uitkomen echter grotendeels verdwenen en de vlinders zijn dan groenachtig wit of zelfs vrijwel helemaal wit. Over de voorvleugel lopen tamelijk rechte witte dwarslijnen die aan één kant zijn afgezet met een geelgroene lijn. Door de enigszins haakvormige vleugelpunt met het rode vlekje is deze soort goed te onderscheiden van andere groene spanners. Vlinders van de tweede generatie zijn kleiner en donkerder.Gelijkende soortenZie de eikentak (C. honoraria), de tere zomervlinder (Hemistola chrysoprasaria) en de rode dennenspanner (Hylaea fasciaria).VoorkomenEen heel gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.HabitatVooral loofbossen; ook struwelen, parken en tuinen.WaardplantenDiverse loofbomen.Vliegtijd en gedragBegin mei-eind september in twee generaties. De vlinders rusten aan de onderzijde van bladeren van bomen en struiken en worden gemakkelijk verstoord. Ze komen goed op licht.LevenscyclusRups: augustus-mei. De soort overwintert als jonge rups, plat tegen een twijg van de waardplant aangedrukt. In tegenstelling tot de meeste spannerrupsen heeft deze soort één paar naschuivers en twee paar buikpoten.Laatste wijziging: 8 februari 2010 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam Foto: Frank van Breukelen Wageningen - 6 mei 2007 Foto: Bob van de Dijk Kenmerkend is de franje aan de buikzijde en het extra paar buikpoten. |
||


