
late meidoornspanner (Theria rupicapraria)
Familiespanners (GEOMETRIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën- onderzoek nodig voor een zekere determinatie. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenDeze soort lijkt sterk op de meidoornspanner (T. primaria). De middenband op de voorvleugel is echter donkerder bruin dan de grondkleur en versmalt sterk naar de binnenrand van de vleugel toe; de beide dwarslijnen die de middenband afgrenzen zijn duidelijk zichtbaar. De vleugels van het vrouwtje zijn gereduceerd tot bruine hoekige stompjes, half zo lang als het achterlijf en hebben een smal scherp afgelijnd donkerbruin, bijna zwart dwarsbandje. Bovendien vliegt deze soort gemiddeld een maand later dan de meidoornspanner.VoorkomenEen zeldzame soort, die af en toe in Oost-Nederland wordt gezien.HabitatIn het buitenland: warme, struikrijke plaatsen; vaak zonnige en steile hellingen.WaardplantenVooral meidoorn en sleedoorn.Vliegtijd en gedragJanuari-begin april in één generatie. De mannetjes vliegen vanaf de schemering; ´s nachts kunnen ze op kale takken van de waardplant worden gevonden, soms parend met een vrouwtje.LevenscyclusRups: vooral in juni. De soort overwintert als pop.Laatste wijziging: 17 juni 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam mannetje Foto: Martin Scheper mannetje 18 februari 2010 Foto: Jeroen Voogd |
||


