vorige  |  volgende
grote voorjaarsspanner  (Agriopis marginaria)

Het mannetje van de grote voorjaarsspanner heeft een opvallende rij zwarte stippen langs de achterrand van de vleugels.

Familie

spanners (GEOMETRIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 16-20 mm. Het mannetje heeft een bruinachtige voorvleugel en is nogal variabel van kleur en tekening; is echter goed herkenbaar aan de opvallende rij zwarte stippen langs de achterrand van de voor- en achtervleugel. Bij afgevlogen exemplaren zijn de stippen minder duidelijk. Van de centrale dwarslijnen zit in de buitenste een dubbele knik terwijl de binnenste vrijwel recht loopt. Het vleugelloze vrouwtje heeft duidelijk aanwezige vleugelstompjes met gewoonlijk donkere dwarslijnen of -banden en de kleur varieert van bruinwit tot donkerbruin.

Gelijkende soorten

De grote wintervlinder (Erannis defoliaria) heeft geen zwarte stipjes langs de achterrand, maar kan wel een zwartgeblokte franje hebben. Het vrouwtje van de microvlinder Diurnea fagella is net zo groot en komt ook in het voorjaar voor; de relatief grote vleugels zijn echter zeer puntig en grijs. Zie ook de najaarsspanner (A. aurantiaria).

Voorkomen

Een vrij gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat

Vooral loofbossen; ook struwelen, heiden, ruige graslanden en tuinen.

Waardplanten

Diverse loofbomen.

Vliegtijd en gedrag

Begin februari-eind april in één generatie. De mannetjes komen soms in grote aantallen op licht, vooral wanneer de hele nacht lang met lichtvallen in het bos wordt gevangen; soms ook op stroop. De mannetjes kunnen ook in de middag al vliegend waargenomen. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door ´s morgens boomstammen af te zoeken.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups lijkt sterk op Agriopis aurantiaria en is alleen van die soort te onderscheiden door de kortere haren. De soort overwintert als pop in de grond.

Laatste wijziging: 17 juni 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam
mannetje
Foto: Bob van de Dijk
Mannetje.
Enumatil - 13 maart 2009
Foto: Jeroen Voogd
 meer foto's »