
zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata)
Familiespanners (GEOMETRIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 8-10 mm. Kleiner dan de Pasiphila-soorten en met spitsere vleugels; vlinders van latere generaties zijn vaak kleiner dan die van de eerste generatie. Sommige exemplaren hebben een opvallende roodachtige tekening langs de randen van de bruinachtige of witachtige voorvleugel, anderen zijn meer egaal roodachtig. Opvallend zijn de lichte, zwartgerande centrale dwarslijnen op de voorvleugel. Karakteristiek is dat het zwart van de buitenste dwarslijn halverwege de vleugel afzwakt en het patroon van een naar binnen wijzend kammetje heeft, dat zelfs bij sterk afgevlogen exemplaren vaak nog zichtbaar is. Sterk getekende vlinders hebben in de vleugelpunt vaak zwarte vlekken.VoorkomenEen heel gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.HabitatStadsparken, tuinen, struwelen, wegbermen, heiden en bossen.WaardplantenDiverse kruidachtige planten, struiken en bomen, waaronder struikhei, bosrank, koninginnenkruid, dophei en lijsterbes.Vliegtijd en gedragHalf februari-november in drie, soms vier generaties. De vlinders zijn overdag gemakkelijk te verstoren en vliegen soms bij zonnig weer, maar zijn vooral in de schemering actief. Ze bezoeken bloemen en komen op licht. Op heidevelden zijn ´s nachts soms parende vlinders te vinden boven in de heiplanten. Deze soort wordt ook vaak binnenshuis aangetroffen.LevenscyclusRups: mei-eind november. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.Laatste wijziging: 17 juni 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam Foto: Hans van Oosterhout Bovenmeent - 17 maart 2008 Foto: Riet van Rijsewijk |
||


