
ogentroostdwergspanner (Eupithecia laquaearia)
Familiespanners (GEOMETRIDAE)meer informatie over deze familie » KenmerkenVoorvleugellengte: 12-15 mm. Een breedvleugelige dwergspanner met talloze lichte en donkere, sterk geaccentueerde dwarslijntjes. De buitenste (witte) dwarslijn aan de voorrand van de voorvleugel heeft aan de binnenzijde een kam van zwarte pijlvlekjes, ongeveer zoals bij de zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata). Tussen de middelste dwarslijn en binnenste dwarslijn bevindt zich aan de voorrand een opvallende verdonkering die tot de middenstip doorloopt, en die soms als donker bandje verder doorloopt over de vleugel. De achtervleugel is grijsachtig met duidelijk aanwezige dwarslijnen. De franje van zowel de voor- als de achtervleugel is geblokt.VoorkomenVan deze soort is slechts één waarneming bekend uit 1897.HabitatIn het buitenland vooral droge graslanden in de bergen.WaardplantenOgentroost.Vliegtijd en gedragMei-juli in één generatie. De vlinders vliegen in de schemering en komen op licht.LevenscyclusRups: in het buitenland september. De jonge rupsen leven in dichtgesponnen bloemen van de waardplant. Oudere rupsen leven in groepen dicht bij de bloem of de vrucht van de plant. Overdag rusten de rupsen met de kop naar beneden.Laatste wijziging: 27 oktober 2011 De kaartjes en diagrammen van de nachtvlinders op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen uit 'Noctua', het gegevensbestand van De Vlinderstichting en de Werkgroep Vlinderfaunistiek, dat is samengesteld uit waarnemingenbestanden van onder andere: ![]() N.B. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op de betreffende locatie niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel is waargenomen, maar dat een ingevoerde waarneming nog niet is gevalideerd, of dat we van die plek (nog) geen waarnemingen voor Noctua ontvangen hebben. |
Meer over deze soort:
Foto: Han Klein Schiphorst; collectie Zoölogisch Museum Amsterdam |
||
