vorige  |  volgende
argusvlinder  (Lasiommata megera)

De argusvlinder vertoont de laatste jaren een sterke achteruitgang; de oorzaak daarvan is nog onbekend.

Familie

aurelia's (NYMPHALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-25 mm. De bovenkant van zowel de voor- als de achtervleugel heeft een oranje grondkleur. De oogvlekken op de bovenkant van de achtervleugel zijn zwart en liggen in een oranje vlak. Het mannetje heeft een grote zwarte geurstreep op de bovenkant van de voorvleugel. De onderkant van de achtervleugel heeft een grijsbruine grondkleur met scherpe bruine lijnen.

Gelijkende soorten

Bij de rotsvlinder is de grondkleur van de bovenkant van de vleugels bruin; de oogvlekken op de bovenkant van de achtervleugel liggen niet in een oranje vlak, maar zijn oranje geringd.

Voorkomen

Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt. Het laatste decennium is deze soort sterk in aantal achteruitgegaan.

Habitat

Allerlei gevarieerde graslanden met kale grond langs slootkanten, wegen, dijken, heggen en bosranden.

Waardplanten

Diverse overblijvende grassen, waaronder kropaar, ruwe smele, rood zwenkgras, kweek en beemdgras.

Vliegtijd en gedrag

Eind april-eind juni en begin juli-eind augustus in twee generaties; soms een derde generatie tot begin november. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende planten: in het voorjaar onder andere braam en rode klaver, 's zomers akkerdistel en vlinderstruik. De mannetjes verdedigen een territorium vanaf een open zonnige plek op de grond of maken patrouillevluchten vlak boven de grond.

Levenscyclus

Rups: begin juni-eind juli en half augustus-begin mei. Jonge rupsen foerageren vooral 's nachts, grotere rupsen eten ook overdag. De soort overwintert als halfvolgroeide rups; tijdens zachte winterdagen eten de rupsen gewoon door. De verpopping vindt plaats aan de onderkant van een blad van de waardplant.

Laatste wijziging: 12 maart 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
mannetje bovenkant
Foto: André den Ouden
Waal - 15 september 2007
Foto: Bert van Rijsewijk
 meer foto's »