
veenhooibeestje (Coenonympha tullia)
Het veenhooibeestje, dat beschermd wordt volgens de Flora- en faunawet, profiteert in het Fochteloërveen duidelijk van de genomen herstelmaatregelen. Familieaurelia's (NYMPHALIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: circa 19 mm. De bovenkant van de vleugels is vrijwel effen bruin; in de vleugelpunt van de voorvleugel bevindt zich een kleine zwarte oogvlek. Over de onderkant van de achtervleugel loopt een rij witgekernde en geelgeringde zwarte oogvlekken; de duidelijkheid van deze vlekken is variabel.Gelijkende soortenZie het hooibeestje.VoorkomenEen uiterst zeldzame standvlinder die nog slechts voorkomt op vier plaatsen in Drenthe en Zuidoost-Friesland.HabitatVoedselarme plaatsen in moerassen, veengebieden, natte heiden en verveende randen langs heidevennen.WaardplantenEenarig wollegras; buiten Nederland ook grassen zoals pijpenstrootje.Vliegtijd en gedragHalf mei-eind juli in één generatie. De vlinders besteden slechts weinig tijd aan het zoeken van nectar; de belangrijkste nectarplant is dopheide. De mannetjes bezetten geen territorium en vliegen veel, vooral in de middag. De vrouwtjes zijn veel minder actief en verbergen zich vaak in de vegetatie.LevenscyclusRups: half juli-half juni. De rupsen eten van de zachte toppen van de bladeren. De soort overwintert als rups, diep verscholen in een pol van de waardplant; hier zijn de rupsen goed bestand tegen hoge waterstanden en vrieskou.Laatste wijziging: 8 juni 2010 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot mannetje bovenkant Foto: Judith Bouma Fochteloerveën Foto: Henk Hunneman Drenthe - 9 mei 2009 |
||


