
oranje zandoogje (Pyronia tithonus)
Familieaurelia's (NYMPHALIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 16-20 mm. De bovenkant van zowel de voor- als de achtervleugel is oranje met brede bruine randen. In de vleugelpunt ligt een zwarte vlek met een dubbele witte kern (let op, dit is geen onderscheidend kenmerk: het bruin zandoogje heeft soms ook een dubbele witte kern in de vlek in de vleugelpunt). Het mannetje heeft een grote zwarte geurstreep op de voorvleugel.Gelijkende soortenZie het bruin zandoogje.VoorkomenEen algemene standvlinder die voorkomt in twee gescheiden gebieden; het noordoosten van het land (Drenthe en de daaraan grenzende delen van Groningen, Friesland en Overijssel) en het zuiden van het land (Zeeland, Noord-Brabant en het noorden van Limburg). In het overige deel van het land wordt het oranje zandoogje nauwelijks waargenomen.HabitatVooral ruige, kruidenrijke plaatsen in de halfschaduw, vaak in de buurt van struiken, struweel of bos.WaardplantenDiverse grassoorten, waaonder kropaar, rood zwenkgras, gewoon struisgras, grote vossenstaart en kweek.Vliegtijd en gedragEind juni-eind augustus in één generatie. De vlinders besteden veel tijd aan het zonnen; ze zitten dan met gespreide vleugels op bladeren van bomen, struiken of kruidachtige planten.LevenscyclusRups: half augustus-eind juni. De soort overwintert als halfvolgroeide rups, verscholen in een graspol. De verpopping vindt plaats tussen de vegetatie aan een verdorde grashalm.Laatste wijziging: 5 augustus 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot mannetje bovenkant Foto: André den Ouden Nieuw Gassel - 20 juni 2006 filmpje |
||

