
heivlinder (Hipparchia semele)
De heivlinder heeft een voorkeur voor open en afwisselend heidelandschap; in uitgestrekte paarse heidevelden komt de soort niet voor. Familieaurelia's (NYMPHALIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 21-25 mm. De bovenkant van de vleugels is grijsbruin met een brede oranje band. Bij het vrouwtje is de oranje tekening op de bovenkant uitgebreider en contrastrijker dan bij het mannetje. De onderkant van de voorvleugel heeft een oranje grondkleur.Gelijkende soortenDe onderkant van de voorvleugel is bij de kleine heivlinder bruin.VoorkomenEen vrij schaarse standvlinder die voorkomt op de hogere zandgronden in het binnenland en in de duinen.HabitatDroge heide, droge heischrale graslanden, stuifzanden en open duinen.WaardplantenVooral schapengras; ook andere grassen die in schrale graslanden voorkomen, zoals struis- en zwenkgrassen.Vliegtijd en gedragEind juni-begin september in één generatie. De vlinders vliegen vaak korte afstanden in een krachtige snelle vlucht. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden en met boomsappen.LevenscyclusRups: begin september-eind juni. De rupsen eten vooral 's nachts en verbergen zich overdag in graspollen. De soort overwintert als halfvolgroeide rups. De verpopping vindt plaats in een kleine holte in de grond, die door de rups met een zijden spinsel bedekt is.Laatste wijziging: 18 december 2008 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot mannetje bovenkant Foto: Bernard Fransen Foto: Jeroen Voogd |
||


