vorige  |  volgende
bosparelmoervlinder  (Melitaea athalia)

De bosparelmoervlinder leeft op grazige kruidenrijke en zonnige plaatsen in het bos en heeft in Nederland hengel als waardplant.

Familie

aurelia's (NYMPHALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 16-21 mm. De bovenkant van de vleugels is zeer contrastrijk getekend met veel oranjebruin. De zwarte lijnen maken een enigszins ongeordende indruk. De onderkant van de achtervleugel is veelkleurig. Op de onderkant van de voorvleugel zijn de maanvlekken verschillend van grootte: de tweede en derde zijn het grootst en aan de binnenkant met een zwarte rand afgegrensd; deze rand is bij de tweede maanvlek verdikt.

Gelijkende soorten

De woudparelmoervlinder is veel donkerder van kleur. Zie ook de steppeparelmoervlinder.

Voorkomen

Een zeer zeldzame standvlinder die lokaal voorkomt op de Veluwe.

Habitat

Grazige, kruidenrijke en zonnige plaatsen in bossen, zoals beschutte graslanden, brede bospaden, bosranden, kapvlakten en open plaatsen in het bos.

Waardplanten

Vooral hengel.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-eind juli in één generatie. De vlinders leven vaak in kleine groepen. De belangrijkste nectarplanten zijn gele composieten die in bosranden groeien, zoals biggenkruid en havikskruid. De mannetjes vliegen veel en worden dan ook vaker gezien dan de vrouwtjes.

Levenscyclus

Rups: eind juli-begin juni. Jonge rupsen leven in een gezamelijk spinsel op de waardplant. Na enige tijd verdelen ze zich in kleinere groepen van tien tot twintig rupsen die van plant naar plant trekken en steeds een nieuw spinsel maken. De soort overwintert als rups en verpopt zich aan een dorre plantenstengel, op een steen of aan de voet van een boom.

Laatste wijziging: 20 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: