vorige  |  volgende
bosrandparelmoervlinder  (Argynnis adippe)

De laatste populatie van de bosrandparelmoervlinder vloog tot 1976; sindsdien wordt af en toe een zwerver waargenomen.

Familie

aurelia's (NYMPHALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën-
onderzoek nodig voor een zekere determinatie.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 24-31 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte vlekken en stippen. De onderkant van de achtervleugel is contrastrijk okerbruin en wit en heeft geen gele zweem. De achterrandvlekken zijn meer rond dan driehoekig. Er bevindt zich een rij kleine witte vlekken met roodbruine rand op de onderkant van de achtervleugel. In de middencel van de onderkant van de achtervleugel ligt een kleine, witte vlek die nooit een zwarte stip heeft.

Gelijkende soorten

Zie de grote parelmoervlinder en de duinparelmoervlinder.

Voorkomen

De bosrandparelmoervlinder was een onregelmatige standvlinder die in het verleden verspreid over het land werd gevonden, maar vooral in het zuidoosten van het land. De laatste populatie vloog in 1976 in Limburg; daarna is nog enkele malen een zwerver waargenomen.

Habitat

Zonnige bloemrijke bosranden, brede bospaden, open plaatsen in het bos en struweel op kalkgraslanden; vrijwel altijd is er een weelderige, ruige begroeiing met veel kruiden aanwezig.

Waardplanten

Diverse soorten viooltjes, waaronder vooral maarts viooltje en bleek- en donkersporig bosviooltje.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-eind augustus in één generatie. De vlinders zijn vooral actief bij zonnig weer en vliegen snel. Ze rusten in de bovenste takken van bomen en zijn daarom vaak moeilijk te vinden.

Levenscyclus

Rups: eind maart-eind juni. De eieren worden afgezet op strooisel vlakbij de waardplant en overwinteren daar. De rups verlaat vlak voor de verpopping de waardplant en maakt een tentvormig spinsel van bladeren waarin hij zich verpopt.

Laatste wijziging: 20 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: