vorige  |  volgende
kleine parelmoervlinder  (Issoria lathonia)

De zeer mobiele kleine parelmoervlinder is een echte duinsoort, maar wordt ook steeds vaker in het binnenland aangetroffen.

Familie

aurelia's (NYMPHALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-23 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte stippen; in vlucht is dit stippenpatroon tamelijk opvallend. De onderkant van de achtervleugel heeft opvallende, grote ovale zilverkleurige vlekken. De vleugelvorm is enigszins hoekig.

Voorkomen

Een schaarse standvlinder die voorkomt in de hele kuststreek. Vooral in de zomermaanden kan de kleine parelmoervlinder over grote afstanden zwerven; vandaar dat hij ook af en toe op verschillende plaatsen in het binnenland wordt gezien.

Habitat

Open pioniervegetaties en schrale droge warme graslanden met kale grond.

Waardplanten

Diverse soorten viooltjes, waaronder vooral duinviooltje, akkerviooltje en driekleurig viooltje.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-eind oktober in drie of soms vier, elkaar overlappende generaties. Door de verschillen in de ontwikkelingstijd van de rupsen verschijnen vlinders van dezelfde generatie verspreid over een langere periode. Hierdoor overlappen de generaties elkaar sterk en zijn niet duidelijk van elkaar te onderschreiden. Circa 90% van de vlinders is waargenomen tussen 21 april en 5 oktober, waarbij de grootste aantallen in juli en augustus vlogen. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende planten, eerst vooral viooltjes en later ook koninginnenkruid en slangenkruid. De vlinders zonnen veel op open plaatsen op de grond of op een muur, maar vliegen snel weg als ze te dicht benaderd worden.

Levenscyclus

De rups is vrijwel het hele jaar aanwezig. De soort overwintert als halfvolgroeide rups onder in de vegetatie. De verpopping vindt plaats aan een stengel of aan de onderkant van een blad in een los spinsel vlak boven de grond.

Laatste wijziging: 14 januari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: