vorige  |  volgende
atalanta  (Vanessa atalanta)

Ieder jaar vliegen grote aantallen atalanta’s uit Zuid-Europa naar Nederland en brengen hier een of meer nieuwe generaties voort.

Familie

aurelia's (NYMPHALIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 26-32 mm. Een vrij grote zwarte vlinder met in de vleugelpunt van de voorvleugel enkele witte vlekken; vanaf de voorrand loopt een oranjerode band dwars over de vleugel naar de binnenrandhoek. Langs de achterrand van de achtervleugel ligt ook een oranjerode band.

Voorkomen

Een zeer algemene trekvlinder die verspreid over het hele land wordt gezien.

Habitat

Zwervende atalanta´s kunnen vrijwel overal gezien worden, op plaatsen met veel nectarrijke planten vaak in grote aantallen.

Waardplanten

Grote brandnetel; soms kleine brandnetel.

Vliegtijd en gedrag

Deze trekvlinder kan in Nederland tussen april en november worden waargenomen. Vanuit Zuid-Europa trekken de vlinders ieder jaar richting het noorden; ze brengen hier in de zomer een nieuwe generatie voort. In het najaar worden, vooral langs de kust, vaak groepjes trekkende atalanta's waargenomen die weer terugkeren naar het zuiden. (Zie ook de website over de film Go, Butterflies, Go!.) Behalve op nectarplanten wordt de atalanta in het najaar ook vaak aangetroffen op rottend fruit en op bloedende bomen.

Levenscyclus

Rups: mei-november; de meeste rupsen sterven hier in de late herfst. De rups leeft in een uit een of meer bladeren samengesponnen hangend tuitje aan een brandnetel en heeft een voorkeur voor brandnetels op natte tot vochtige plaatsen in de volle zon. De soort kan in Zuid-Europa in alle stadia overwinteren; in Nederland overwintert de soort incidenteel als vlinder.

Laatste wijziging: 12 maart 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
bovenkant
Foto: André den Ouden
Wijchen - 10 april 2007
Foto: Greetje Heijker
Klazienaveen - 24 juli 2009
 meer foto's »

filmpje
atalanta