
groentje (Callophrys rubi)
Zittend op een jong berkenblaadje valt het groentje, dat leeft op de grens van bos en hei, nauwelijks op. Familieblauwtjes (LYCAENIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: circa 14 mm. De bovenkant van de vleugels is effen bruin en de onderkant van de vleugels effen groen. Bij afgevlogen vlinders is de groene kleur op de onderkant van de vleugels soms gedeeltelijk verdwenen. Aan de achtervleugel bevindt zich een klein staartje.VoorkomenEen vrij schaarse standvlinder die lokaal voorkomt op de zandgronden. De laatste jaren breidt de soort zich enigszins uit naar het noorden; van Texel, Vlieland en Terschelling komen steeds meer waarnemingen. In het westen van het land wordt het groentje nauwelijks waargenomen.HabitatStruwelen en bosranden aan de rand van heiden; ook bloemrijke graslanden, venen en moerassen.WaardplantenBrem, heidebrem, braam, bosbes, sporkehout, dopheide en struikheide.Vliegtijd en gedragEind april-half juli in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar van onder andere wilde lijsterbes, sporkehout, rode bosbes, dopheide en braam. De mannetjes scholen vaak samen in een één tot twee meter hoge struik.LevenscyclusRups: eind mei-begin augustus. De rupsen eten van de bloemknoppen van braam, van het jonge blad en de vruchten van sporkehout, van de knoppen en de bladeren van struikhei, dophei en bosbes en van de groeipunten en de bloemen van bijvoorbeeld brem en heidebrem. De verpopping vindt plaats in de strooisellaag; de soort overwintert als pop.Laatste wijziging: 30 januari 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot bovenkant Foto: Ben Haven Zeewolde - 22 april 2009 Foto: Jeroen Voogd |
||


