vorige  |  volgende
iepenpage  (Satyrium w-album)

De iepenpage heeft een zeer verborgen leefwijze; misschien is de soort wel minder zeldzaam dan uit het aantal waarnemingen blijkt.

Familie

blauwtjes (LYCAENIDAE)
meer informatie over deze familie »


Let bij het determineren van deze soort altijd goed op de gelijkende soorten.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: circa 16 mm. De bovenkant van de vleugels is donkerbruin; bij het iets grotere vrouwtje is de bruine kleur een tintje lichter dan bij het mannetje. Op de onderkant van de achtervleugel vormt de witte lijn bij de binnenrandhoek een duidelijke W met steile zijkanten. De oranje vlekken langs de achterrand zijn groot en hebben de vorm van halve manen. Ze zijn zwart gerand. De achtervleugel heeft een klein staartje; bij het staartje bevinden zich een of twee blauwe vlekjes.

Gelijkende soorten

Zie de pruimenpage.

Voorkomen

Een uiterst zeldzame standvlinder die voorkomt op een klein aantal plaatsen in Zuid-Limburg. Waarschijnlijk bevindt zich in de buurt van Nijmegen ook nog steeds een populatie en recent werd de soort waargenomen in Noord-Brabant.

Habitat

Iepen in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen.

Waardplanten

Diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-half augustus in één generatie. De vlinders voeden zich vooral met honingdauw en boomsappen; soms met nectar van diverse kruiden en braam. Ze hebben een nogal verborgen leefwijze en zijn daardoor moeilijk waar te nemen.

Levenscyclus

Rups: half maart-begin juli. Jonge rupsen eten het binnenste van de bloemknoppen van de waardplant, grotere rupsen leven op of onder de bladeren. De verpopping vindt meestal plaats aan de onderkant van een eindstandig blad, soms aan een bladstengel of een takje. Doordat rupsen en poppen donker afsteken tegen de bladeren, kunnen ze worden gevonden door in mei met tegenlicht de bladeren af te turen. De soort overwintert als ei bij de eindknoppen in de boomkruin van de waardplant.

Laatste wijziging: 20 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: