vorige  |  volgende
bruine vuurvlinder  (Lycaena tityrus)

De bruine vuurvlinder is een schaarse standvlinder die in Nederland de noordgrens van zijn areaal bereikt.

Familie

blauwtjes (LYCAENIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: circa 14 mm. De onderkant van de achtervleugel heeft in tegenstelling tot de andere vuurvlinder-soorten een geelbruine grondkleur. Zowel op de voor- als op de achtervleugel bevinden zich oranje achterrandvlekken die scherp zwart zijn afgezet. De bovenkant van de voorvleugel van het mannetje is bruin met enkele zwarte vlekken; langs de achterrand bevinden zich oranje vlekjes. Bij het vrouwtje is de bovenkant van de voorvleugel oranje met zwarte vlekken.

Gelijkende soorten

Zie de kleine vuurvlinder.

Voorkomen

Een schaarse standvlinder die lokaal voorkomt op de zandgronden van de Veluwe, Drenthe en delen van Twente.

Habitat

Enerzijds droge gebieden op de zandgronden, zoals kruidenrijke heide en droge, schrale, bloemrijke graslanden; anderzijds vochtige gebieden, zoals schraal kruidenrijk grasland in laagveenmoerassen.

Waardplanten

Diverse soorten zuring, waaronder vooral schapenzuring en veldzuring.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-eind juni en begin juli-eind augustus in twee generaties. De vlinders besteden relatief veel tijd aan het zoeken van nectar. Vlinders van de eerste generatie zijn vooral te vinden op braam, die van de tweede generatie op struikhei, gewone dophei en akkerdistel. De mannetjes verschijnen enkele dagen eerder dan de vrouwtjes en verdedigen een territorium vanaf een nectarplant.

Levenscyclus

Rups: half augustus-begin mei en begin juni-half juli. De soort overwintert als halfvolgroeide rups in de strooisellaag. De verpopping vindt plaats in op de bodem tussen strooisel.

Laatste wijziging: 20 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: