
citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)
Zelfs op tientallen meters afstand is in het bos in het vroege voorjaar een patrouillerend mannetje van de citroenvlinder te herkennen. Familiewitjes (PIERIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 27-30 mm. Deze citroengele vlinder heeft aan de voorvleugel een puntige vleugelpunt; aan de achtervleugel bevindt zich halverwege de achterrand een duidelijk puntje. Het vrouwtje is bleekgeel of soms bijna wit. De onderkant van de vleugels is groenachtig van kleur.VoorkomenEen algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.HabitatVooral zonnige plaatsen in open bos en langs bosranden, struwelen op braakliggende percelen en houtwallen in landbouwgebieden; ook parken en tuinen.WaardplantenSporkehout en wegedoorn; vooral jonge struiken op open zonnige plaatsen.Vliegtijd en gedragEind juni-begin oktober en na de overwintering van begin februari-begin juni in twee generaties.LevenscyclusRups: half april-eind juni. De rups rust langs de middennerf van een blad en is daardoor moeilijk te vinden. De soort overwintert als vlinder in struikgewas of dichte graspollen.Laatste wijziging: 8 oktober 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot mannetje bovenkant Foto: Marian Schut Uddel - 16 augustus 2008 Foto: Jeroen Voogd filmpje |
||


