
zuidelijke luzernevlinder (Colias alfacariensis)
Familiewitjes (PIERIDAE)meer informatie over deze familie » ![]() ![]() ![]() Deze soort is moeilijk tot zeer moeilijk te determineren. Let dus altijd goed op de gelijkende soorten. Soms is genitaliën- onderzoek nodig voor een zekere determinatie. © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek KenmerkenVoorvleugellengte: 21-27 mm. De voorvleugelpunt is meer afgerond en de donkere tekening minder omvangrijk dan bij de gele luzernevlinder. Ook de zwarte wortelbestuiving is minder uitgebreid. Zij reikt maar net tot in de grote cel. De oranje celvlek op de bovenkant van de achtervleugel is helder oranje en valt goed op. Het mannetje is helder citroengeel. De vlinder rust met dichtgevouwen vleugels.Gelijkende soortenZie de gele luzernevlinder en de oranje luzernevlinder.VoorkomenEen dwaalgast die in de twintigste eeuw negen keer in Nederland is vastgesteld. De dichtstbijzijnde populaties bevinden zich in de Ardennen en in de Eifel.HabitatOpen, schrale (kalk)graslanden met voldoende paardenhoefklaver.WaardplantenVooral paardenhoefklaver; soms ook bont kroonkruid.Vliegtijd en gedragEind april-half juni en half juli-begin september in twee generaties. De soort is honkvast en vertoont nauwelijks trekgedrag.LevenscyclusEr zijn geen waarnemingen van rupsen in Nederland. Op de vliegplaatsen overwintert de soort als rups.Laatste wijziging: 20 februari 2009 De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen- bestanden van: ![]() |
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot mannetje bovenkant Foto: Gert Gelmers Frankrijk - 22 juli 2009 Foto: Bert van Rijsewijk |
||


