vorige  |  volgende
kommavlinder  (Hesperia comma)

De weinig mobiele kommavlinder heeft een voorkeur voor open schraal grasland en een groot nectaraanbod; vergrassing is zijn grootste vijand.

Familie

dikkopjes (HESPERIIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 12-15 mm. De onderkant van de achtervleugel is grijsgroen met enkele opvallende witte vlekjes. De wat grotere vlek bij het lichaam (de 'komma' waaraan deze soort zijn naam dankt) is kenmerkend. Het mannetje van de kommavlinder heeft op de bovenkant van de voorvleugel een grote geurstreep.

Gelijkende soorten

Bij het groot dikkopje zijn ook vlekken aanwezig, maar deze zijn geelbruin en veel minder opvallend. Ook ontbreekt daar de kommavlek.

Voorkomen

Een vrij zeldzame standvlinder die in de afgelopen eeuw sterk achteruit gegaan is in areaal en in aantal. De soort komt momenteel nog voor in de duinen tussen Wijk aan Zee en Egmond en op de Waddeneilanden. Op de Veluwe is de kommavlinder nog vrij gewoon. In Utrecht, Noord-Brabant, Overijssel en Drenthe bevinden zich geisoleerd liggende populaties.

Habitat

Droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide.

Waardplanten

Kleine polletjes van schapengras; soms ook andere zwenkgrassen, buntgras en struisgras.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-eind augustus in één generatie. De vlinders besteden veel tijd aan het drinken van nectar.

Levenscyclus

Rups: half maart-half juli. De rupsen leven dicht bij de grond in een tentvormige koker van grassprieten, soms met meerdere rupsen bij elkaar. De verpopping vindt plaats in een losse cocon op de grond. De eieren worden vooral afgezet onder in losstaande graspollen. De soort overwintert als ei.

Laatste wijziging: 30 januari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van: