vorige  |  volgende
spiegeldikkopje  (Heteropterus morpheus)

Het spiegeldikkopje, met de opvallende witte vlekken op de onderkant van de achtervleugel, komt alleen nog voor in De Peel.

Familie

dikkopjes (HESPERIIDAE)
meer informatie over deze familie »


Deze soort is goed tot redelijk goed te determineren, ook voor een serieuze beginner.
Dit verspreidingsbeeld is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl. Het ontbreken van stippen op de kaart betekent niet per se dat de soort op die plek niet voorkomt. Het kan ook betekenen dat de soort er wel zit, maar dat we daar vandaan (nog) geen waarnemingen ontvangen hebben.
  © De Vlinderstichting & Werkgroep Vlinderfaunistiek

Dit vliegtijddiagram is gebaseerd op waarnemingen die zijn doorgegeven aan De Vlinderstichting of de Werkgroep Vlinderfaunistiek of die online zijn ingevoerd via Waarneming.nl.

Kenmerken

Voorvleugellengte: 15-18 mm. De onderkant van de achtervleugel heeft grote, donker gerande, witte vlekken, de 'spiegels'. Bij het mannetje heeft de bovenkant van de voorvleugel slechts drie of vier kleine, gele vlekken bij de punt. Deze vlekken zijn bij het vrouwtje duidelijk groter.

Voorkomen

Een zeer zeldzame standvlinder die op dit moment alleen nog voorkomt in de Limburgse en Noord-Brabantse Peel; daar lokaal en talrijk. De Deurnse Peel en de Mariapeel zijn recentelijk gekoloniseerd en het spiegeldikkopje vliegt sinds 2002 in De Bult ten noordoosten van Deurne.

Habitat

Vochtige ruigten langs bospaden en bosranden, open bossen en hoogvenen.

Waardplanten

Hennegras en pijpenstrootje; soms boskortsteel of riet.

Vliegtijd en gedrag

Eind juni-begin augustus in één generatie. De vlinders hebben een opvallende, merkwaardig 'huppelende' vlucht. De vrouwtjes besteden veel tijd aan zonnen en het drinken van nectar. Belangrijke nectarplanten zijn onder andere grote kattenstaart, kale jonker en braam. De mannetjes zijn vaak patrouillerend langs bospaden aan te treffen.

Levenscyclus

Rups: eind juli-eind juni. De rups maakt een schuilplaats door een aantal grasbladeren als een tuitje bij elkaar te spinnen en overwintert als bijna volgroeide rups. De verpopping vindt plaats onder twee spinseldraden op een blad van de waardplant. De soort overwintert als halfvolgroeide rups.

Laatste wijziging: 21 februari 2009


De kaartjes en diagrammen op Vlindernet zijn gebaseerd op de waarnemingen-
bestanden van:
Meer over deze soort:
Foto: Bernard Fransen; collectie Jaap Poot
mannetje bovenkant
Foto: Bert van Rijsewijk
vrouwtje
Foto: Bert van Rijsewijk
 meer foto's »