De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

Wat is een vlinder - en wat niet?

R. (Rob) de Vos - Zoölogisch Museum Amsterdam / Werkgroep Vlinderfaunistiek
 

Wetenschappelijke definitie

De wetenschappelijke definitie van wat een vlinder een vlinder maakt, bestaat uit tien zeer technische kenmerken [1], die zelfs voor een professional moeilijk te zien en te begrijpen zijn. Wilt u ze lezen? Het is even doorbijten, maar klik dan hier.

Waaraan herken je een vlinder?
Heeft u de kenmerken gelezen en bent u het spoor bijster? Geeft niks, want wie een vlinder ziet weet in de meeste gevallen dat het om een vlinder gaat! Waaraan herkent de gemiddelde waarnemer dan wél een vlinder? Dat zijn natuurlijk de vleugels en het lijfje die in de meeste gevallen volledig bedekt zijn met kleine dakpansgewijs gerangschikte schubben en haren. Hieraan ontlenen vlinders hun wetenschappelijke benaming: Lepidoptera (Grieks: lepis = schub en pteron (meervoud ptera) = vleugel). Hierop zijn uiteraard weer tal van uitzonderingen. Denk bijvoorbeeld aan de vensters op de vleugels van sommige nachtvlinders: de glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis), de bosrankvlinder (Thyris fenestrella) en diverse soorten nachtpauwogen (Saturniidae). Ook zijn er vlinders waarvan de vrouwtjes vleugelloos zijn of sterk gereduceerde vleugels hebben. Toch zal het in de meeste gevallen geen probleem zijn om een insect als zijnde een vlinder te herkennen. Alhoewel ...
 

Verwarring met microvlinders

Microvlinders (ook wel kleine vlinders of motjes genoemd) vormen niet de aandachtsgroep van Vlindernet. Toch zijn het echte vlinders (zie ook: Korte introductie microvlinders).
 

Foto: Gerrit Koopman
Olethreutus arcuella
Onnatuurlijke scheiding in macro’s en micro’s
De microvlinders vormen een onnatuurlijke groep van meestal primitief ontwikkelde vlinderfamilies waarvan de soorten over het algemeen veel kleiner zijn dan de soorten van de andere onnatuurlijke groep van macrovlinders. Beide groepen zijn onnatuurlijk, omdat er geen wetenschappelijke grond bestaat voor het onderscheiden van micro’s en macro’s. Beide groepen zijn in de loop der tijd gekozen door verzamelaars die de families met de minder populaire kleinste vlinders van de meer populaire grotere vlinders scheidden. Opvallend hierbij is dat de eveneens primitieve families zoals de wortelboorders (Hepialidae), de zakdragers (Psychidae), de houtboorders (Cossidae), de bloeddrupjes (Zygaenidae) wél tot de macro’s werden gerekend, terwijl dit in feite grote micro’s zijn. Anderzijds werden kleine soorten van modern ontwikkelde families, zoals de Eupithecia-soorten uit de familie van de spanners (Geometridae) en de Schrankia- en Hypenodes-soorten uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) vaak over het hoofd gezien of zelfs genegeerd door de meeste verzamelaars.

Secties Ter Haar en Snellen
De laatste decennia is daar verandering in gekomen. Zowel de macro’s als de micro’s worden tegenwoordig door veel enthousiaste amateurs en specialisten wereldwijd bestudeerd. In Nederland gebeurt dat in twee afzonderlijke secties van de Nederlandse Entomologische Vereniging (NEV). De microvlinders worden ondergebracht bij de sectie Snellen, de macrovlinders bij de sectie Ter Haar. Beide namen refereren aan pioniers op het gebied van het Nederlandse vlinderonderzoek.

Het onderscheiden van een micro
Het onderscheiden van een microvlinder van een macrovlinder is niet zo eenvoudig. Zoals gezegd is het voornaamste kenmerk in de meeste gevallen de grootte, maar in een aantal gevallen houdt dit geen stand. Andere kenmerken van microvlinders zijn:

  • veel soorten vliegen uitsluitend ’s nachts;
  • micro's hebben draadvormige antennen;
  • ze hebben lange poten met lange sporen;
  • micro's hebben een relatief grove beschubbing op de vaak smalle vleugels;
  • de vleugels hebben bovendien vaak zeer lange franje aan de achterrand.
Kenmerken van macro’s
Macro’s worden traditioneel weer verdeeld in dagvlinders en nachtvlinders. Dit zijn ook weer twee onnatuurlijke groepen, hoewel deze wat eenvoudiger zijn te definiëren.
Dagvlinders:
  • vliegen allemaal overdag (in uitzonderlijke gevallen ook ’s nachts!);
  • hebben veelal brede kleurrijke vleugels met zeer korte franje;
  • de antennen zijn knotsvormig.
Macronachtvlinders zijn er in diverse verschijningsvormen en hiervan is de definitie een stuk ingewikkelder. Er zijn ’s nachts en overdag vliegende soorten, soorten met brede en smalle vleugels, korte en lange franje, somber en kleurrijk. Ook de antennen van de macronachtvlinders zijn er in tal van vormen, waaronder draadvormig, knotsvormig en licht tot zeer sterk geveerd.

Uitzonderingen
Uiteraard bestaan er weer diverse uitzonderingen op deze regels. Het onderscheiden van de micro’s en macro’s en de families die er traditioneel toe worden gerekend is vooral een kwestie van ervaring en het vergelijken van algemene familiekenmerken op plaatjes in determinatiegidsen en ... tegenwoordig ook op internet.
 

Verwarring met schietmotten


een schietmot (Trichoptera)
Er zijn ook andere insecten die op vlinders lijken. Een aan vlinders nauw verwante insectenorde is die van de schietmotten of kokerjuffers (Trichoptera). De vleugelvorm en de vleugelhouding lijken sprekend op die van sommige nachtvlinders en ook hebben de schietmotten lange tot zeer lange antennen.
 
Het onderscheiden van een schietmot
Een belangrijk onderscheid met een vlinder is:

  • schietmotten hebben geen schubben, maar haartjes op de vleugels;
  • het borststuk is veelal kaal of borstelig behaard
    de vleugels zijn meestal saai bruin of grijs gekleurd, slechts in enkele gevallen met een opvallende tekening;
  • de poten van de schietmotten zijn meestal vrij lang met opvallend lange sporen (bij vlinders één of geen spoor op de tibia, bij schietmotten drie);
  • alle volwassen schietmotten hebben kaken (mandibels) terwijl vrijwel alle vlinders in plaats daarvan wel of geen roltong hebben (uitgezonderd de primitieve familie Micropterigidae).

Waar komen de namen schietmot en kokerjuffer vandaan?
De naam schietmot komt waarschijnlijk van het typische vluchtgedrag waarbij ze werkelijk plotseling snel kunnen wegschieten. De naam kokerjuffer wijst op het leefgedrag van de larve die in stromend of stilstaand water kokertjes of buisjes maakt ter bescherming van zijn weke achterlijf. Er zijn ook enkele vlinderrupsen die kokertjes maken (Adelidae, Coleophoridae, Psychidae), maar deze leven op het land in plaats van in het water. De weinige soorten die als rups onder water leven maken veelal spinsels of zitten in plantenstengels. Slechts één kokerjuffersoort leeft als larve op het land: Enoicyla pusilla, die in bladstrooisel heel gewoon kan zijn. De kokertjes van de larve worden circa 1 cm lang en zijn gemaakt van zandkorrels. Rupsenkokertjes zijn nooit van zandkorrels gemaakt en dus goed te onderscheiden.
 

Verwarring met motmuggen

Een wat minder bekende groep die nu en dan toch voor verwarring zorgt zijn de motmuggen (Psychodidae) van de orde vliegen en muggen (Diptera). Hoewel de meeste soorten erg klein zijn komen er toch enkele relatief grote soorten voor in Nederland, die prompt ook wel voor vlinder worden aangezien.
 

een motmug (Psychodidae)
Foto: Tom Murray
Kenmerken van motmuggen
De ovale voorvleugels die in ruststand, net als bij sommige vlinders, V-vormig worden neergelegd, het wollig behaarde borststuk en de nachtvlinderachtige antennen, dragen daartoe bij.
Maar deze motmuggen zijn onmiddellijk van de vlinders te onderscheiden door het ontbreken van goed ontwikkelde achtervleugels; alleen een rudiment hiervan in de vorm van een knotsje is nog aanwezig. Helaas is dit op het eerste gezicht natuurlijk moeilijk te zien, omdat de motmuggen zo klein zijn. Net als schietmotten hebben ook motmuggen haren in plaats van schubben, maar ook dat is pas te zien na een sterkere vergroting.
 

Overige gebruikte literatuur

  • Lijst van Nederlandse namen van macrovlinders in Nederland. [2]
  • The families of Malesian moths and butterflies. [3]
 

1. ^ Holloway, J.D.; Kibby, G.; Peggie, D. (2001) volledige titelbeschrijving
2. ^ Groenendijk, D. (eindred.); Koopman, W. ...[et al.]; De Vlinderstichting; Commissie voor Nederlandse Namen van Insecten van de Nederlandse Entomologische Vereniging (2001) volledige titelbeschrijving
3. ^ Holloway, J.D.; Kibby, G.; Peggie, D. (2001) volledige titelbeschrijving

Laatste wijziging: 12 januari 2012
glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis)
Foto: Jeroen Voogd
bosrankvlinder (Thyris fenestrella)
Foto: Bernard Fransen
vrouwtje kleine wintervlinder (Operophtera brumata)
Enumatil - 28 november 2008
Foto: Bob van de Dijk
bonte brandnetelmot (Anania hortulata), een microvlinder
Foto: Henk van Woerden
muntvlinder (Pyrausta aurata)
Foto: Kees Smit

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen