De VlinderstichtingVlindernet
Landelijke dag 2017
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

Waar en hoe vind je nachtvlinders?


sint-jansvlinder (Zygaena filipendulae)
Hoogeveense vaart - 13 juli 2008
Foto: Jeanette Essink
Dagactieve nachtvlinders
Dagactieve nachtvlinders kunnen op dezelfde manier worden gezocht als dagvlinders, namelijk door rustig te wandelen en bloemen af te zoeken naar foeragerende vlinders en voorzichtig aan de vegetatie te schudden om rustende vlinders op te jagen. Sommige bloemen zijn uitermate aanlokkelijk voor nachtvlinders, zoals die van koninginnenkruid, kruiskruid, vlinderstruik, klimop en struikhei; ook door wilgenkatjes worden veel soorten aangetrokken. De kans om overdag nachtvlinders te vinden is het grootst op warme en windstille dagen. Voor sommige soorten is zonneschijn noodzakelijk, andere soorten zijn actief rond zonsopkomst of vlak voor de schemering.

Rustende vlinders
Veel soorten rusten op een boomstam, een paaltje of een muur. Het loont de moeite om zulke plaatsen af te zoeken, vooral ’s morgens vroeg, voordat de vlinders door de warmte of het directe zonlicht op zoek gaan naar een andere plek. Een andere eenvoudige manier om nachtvlinders te zoeken is het overdag inspecteren van plaatsen waar de hele nacht licht gebrand heeft, zoals trappenhuizen van flats, verlichte etalageruiten, straatlantaarns, telefooncellen, overkappingen van stations en toiletgebouwen op campings.
 
In de schemering
Op het moment dat het begint te schemeren, worden veel nachtvlinders actief. Struwelen langs rustige wandelpaden zijn op dat moment van de dag geschikte plaatsen om nachtvlinders te zoeken. Hoe soortenrijker de vegetatie, des te meer soorten vlinders er te verwachten zijn. Open bossen en bosranden zijn vaak de meest soortenrijke plaatsen, maar ook bloemrijke graslanden zijn geschikt. In moerassen en heiden zijn de meer specifieke soorten te vinden, die men niet zomaar overal aantreft.

Zaklantaarn
In het donker kan men gewapend met een zaklantaarn op zoek gaan naar nachtvlinders. Door af te gaan op de geur van bloeiende bloemen, zijn vaak veel soorten te vinden die deze bloemen gebruiken om nectar te drinken. Ook op bloedende bomen, rottend fruit, vochtige grond, dode beesten en uitwerpselen zijn vlinders geregeld foeragerend aan te treffen. In het donker zitten ook veel soorten rupsen onbeschut op de waardplant te foerageren; ze zijn dan immers veilig voor vogels. Door enkele rupsen samen met de waardplant waarop ze foerageren mee naar huis te nemen en op te kweken, kan vrij gemakkelijk worden vastgesteld om welke soort het gaat.
 

Smeertechnieken


Foto: Leo Hassing
Zoekerbrug - 11 augustus 2009
Stropen of smeren
Veel nachtvlinders worden in sterke mate aangetrokken door allerlei zoete substanties, zoals sap van bloedende bomen en rottend fruit (zie ook het artikel Rot fruit: geweldig voor nachtvlinders (Vlinders, februari 2010)).
Het is ook mogelijk om zelf een voor vlinders aantrekkelijk smeersel te maken. Al eeuwen lang maken nachtvlinderaars allerlei mengsels op basis van (suiker)stroop. Ze smeren met een kwast een veeg van dit mengsel op een boomstam of paaltje in de hoop dat er nachtvlinders op af komen. Deze activiteit staat bekend onder de naam ’stropen’ of ’smeren’. De stroop geeft het mengsel stevigheid, maar voor een goed resultaat zijn ook ingrediënten nodig die de vlinders al vanaf grote afstand kunnen ruiken, een scheutje rum bijvoorbeeld. Een veel gebruikte toevoeging is een paar druppels amyl-acetaat; teveel kan voor de vlinders afstotend werken. Bier zorgt evenals rum voor een gistende geur en kan de vlinder een beetje verdoven zodat hij beter te bekijken is. Ook chutney of overrijpe bananen worden soms aan het mengsel toegevoegd; het zorgt voor een stevige substantie en een voor vlinders aantrekkelijke geur. De meeste soorten vlinders verschijnen vrij snel nadat de ’smeer’ is aangebracht. ‘Smeren’ werkt het beste in het vroege voorjaar (februari - april) en vanaf de nazomer tot in de herfst (augustus – november). Sommige soorten vlinders komen vrijwel uitsluitend op smeer af en niet of nauwelijks op licht.

Wijntouwen
Het werken met wijntouwen is een techniek waarbij een stuk touw van ongeveer een meter lang doordrenkt wordt met een oplossing van rode wijn en witte suiker; het touw wordt daarna in de schemering in een boom of struik gehangen. In plaats van touwen worden soms ook lapjes stof gebruikt die in smeer gedrenkt zijn en al dan niet aan een draad worden opgehangen. Net als het ’smeren’ is dit een effectieve manier om nachtvlinders te lokken.
 

Lichttechnieken


Foto: Jeroen Voogd
nachtvlinderopstelling
Lamp en laken
Het werken met licht is een eenvoudige manier om nachtvlinders te lokken en te inventariseren. Deze methode is ontleend aan de eigenschap van nachtvlinders om op allerlei lichtbronnen af te vliegen en door het felle licht gedesoriënteerd te raken. Waarom ze op licht afkomen is nog steeds niet bekend.
Door op een donkere plaats een lamp neer te zetten, worden meestal veel soorten nachtvlinders aangetrokken. De vlinders komen op het licht af, blijven vaak even wild heen en weer vliegen (sommige vlinders hebben de vervelende gewoonte om naar binnen te vliegen in mouwen, broeken of bij hoge uitzondering zelfs in het oor van nachtvlinderaars die dicht bij de lamp staan) en gaan dan in de buurt van de lichtbron zitten. Op een warme zwoele avond kunnen op deze manier honderden vlinders worden gelokt. Om de vlinders goed te kunnen bekijken wordt meestal een wit laken op de grond gelegd of wordt een laken verticaal tegen een stellage gespannen. Tegen deze witte achtergrond gaan de vlinders rustig zitten en zijn ze goed te zien.

Lichtvallen
Veel wordt ook gewerkt met lichtvallen, waarbij een lamp is geplaatst boven een soort trechtervormige bak, die losjes gevuld is met bijvoorbeeld lege eierdozen. De vlinders die op het licht afkomen vallen in de bak, zoeken een plekje in een van de eierdozen en kunnen de volgende ochtend rustig bekeken worden door het deksel van de val te openen, al zullen schuwe soorten zoals spanners en enkele soorten microvlinders wel wegvluchten. Zonder de vlinders te hoeven beschadigen of doden kunnen deze daarna weer losgelaten worden.

Aanschaf materiaal
Elektrische lampen met ultraviolette straling zijn het meest effectief om vlinders te lokken. Voor advies en aanschaf van lichtvallen, lampen en andere benodigdheden (zoals bijvoorbeeld het eerder genoemde amyl-acetaat) kunt u terecht bij een entomologiespeciaalzaak.
 

Vangen met feromonen (sekslokstoffen)

Vrouwtjes opkweken
Het lokken van mannetjes met paringsbereide vrouwtjes begint met het opkweken van een aantal vrouwtjes en te zorgen dat deze onbevrucht blijven. Dit kan door alle poppen afzonderlijk in verschillende bakken te houden en de sekse van de vlinder te bepalen wanneer deze uitkomt. Er zijn ook methoden om de sekse al in het popstadium te bepalen. Bij veel soorten zijn de poppen waaruit een vrouwtje tevoorschijn komt groter en dikker dan de poppen waaruit een mannetje tevoorschijn komt. Over het algemeen bevinden zich aan de onderzijde van een mannelijke pop vier onopvallende achterlijfsegmenten naast de aanzet voor de vleugelpunt; op het vierde achterlijfsegment bevinden zich bovendien een paar kleine bobbeltjes. Bij een vrouwelijke pop zijn slechts drie onopvallende segmenten zichtbaar. Om dit goed te kunnen zien is het gebruik van een loep noodzakelijk. Bij deze techniek is het aan te bevelen om soorten op te kweken onder zo natuurlijk mogelijke omstandigheden. Ook is het belangrijk de rupsen en de poppen niet te warm te houden, omdat ze anders te vroeg uit zullen komen, niet synchroon met de vliegperiode van de mannetjes van de betreffende soort in het wild.

Het lokken van mannetjes met paringsbereide vrouwtjes
Wanneer de onbevruchte vrouwtjes uitkomen, worden één of meerdere exemplaren in een net, kooi of val geplaatst; dit moet bij voorkeur gebeuren op de dag dat het vrouwtje uitkomt of hooguit één of twee dagen daarna. Op een bepaald moment zal het vrouwtje overdag of ’s nachts, dit is afhankelijk van de soort, een hangende positie aannemen. Ze zal daarbij de vleugels iets uit elkaar spreiden om het uiteinde van het achterlijf te tonen (dit wordt ‘lokken’ genoemd). Een kleine glinsterende witte of geelachtige geurklier wordt naar buiten geperst uit het uiteinde van achterlijf. Uit deze geurklier verdampt een bepaalde geur, die feromoon of sekslokstof genoemd wordt, in de lucht en wordt door de wind verspreid. Met behulp van hun antennen zijn de mannetjes in staat deze sekslokstof te detecteren. De mannetjes van sommige soorten hebben sterk geveerde antennen en daarmee een groter bereik om feromonen te detecteren. Enkele moleculen van deze geurstof zijn vaak al voldoende om bij het mannetje een nerveus gedrag van herkenning te veroorzaken en vrijwel onmiddellijk zullen ze op de geur afvliegen. Bij sommige soorten, zoals onder andere de wespvlinders, de hageheld en de nachtpauwoog, vindt dit verschijnsel overdag plaats. Deze soorten worden soms waargenomen in een wilde zigzaggende vlucht van honderden meters tegen de wind in, op zoek naar het paringsbereide vrouwtje.

Feromoonpreparaten
Van sommige soorten nachtvlinders, met name van de plaagsoorten die (economische) schade kunnen veroorzaken, is de chemische samenstelling van de sekslokstof geanalyseerd en worden deze feromonen in een laboratorium nagemaakt. Meestal bestaan deze feromonen uit een mengsel van meerdere chemische stoffen. In bevroren toestand zijn deze feromonen jarenlang te bewaren. Voor een aantal soorten nachtvlinders zijn feromoonpreparaten in de handel. Om nachtvlinders te lokken met zulke chemische feromonen, kan het beste een val gebruikt worden, net als bij het vangen met licht. Dit geldt ook voor het lokken van mannetjes met een paringsbereid vrouwtje van soorten die niet overdag maar ’s nachts sekslokstoffen uitscheiden. De feromoonval kan namelijk net als een lichtval de hele nacht buiten blijven staan zonder erop te hoeven letten.
 

Laatste wijziging: 9 februari 2010
zuringspanner (Lythria cruentaria)
Kroondomein - 4 juni 2007
Foto: Johan Barth
spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria)
Eijsden - 11 augustus 2008
Foto: Jacques Piters
klein avondrood (Deilephila porcellus)
Wekeromse zand - 15 juni 2005
Foto: Ruud de Man

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen