De VlinderstichtingVlindernet
Help de vlinders
Dé informatiesite voor alle in Nederland voorkomende dagvlinders en macronachtvlinders

Voedsel voor de vlinder


Een nectar drinkende distelvlinder (Vanessa cardui).
Foto: Hans Burgers
De meeste vlinders leven van nectar, een stroperig vocht dat ze uit bloemen halen. In nectar zitten suiker en kleine hoeveelheden eiwitten en vitamines. Vooral de vrouwtjes hebben dit nodig om eitjes aan te maken.
Niet alle soorten dagvlinders drinken nectar van dezelfde soort bloemen. Er zijn zelfs vlinders die helemaal geen voedsel tot zich nemen. Zij hebben als rups zoveel gegeten dat ze nog voldoende vetreserves hebben om te kunnen leven.

De planten waaruit vlinders de nectar halen, noemen we nectarplanten. Een heel bekende nectarplant, die veel in tuinen voorkomt, is de vlinderstruik (Buddleia). Maar ook lavendel, hemelsleutel, herfstaster, koninginnekruid en enkelbloemige afrikaantjes zijn voorbeelden van goede nectarplanten.
Vlinders bezoeken vooral graag gele en blauwe bloemen, maar ze zijn ook wel op andere kleuren te vinden. Ze zuigen de nectar op met hun lange roltong. Soms raken ze hierbij ook de meeldraden en de stampers van de bloem aan en kunnen op die manier de bloem bestuiven. Zo profiteert de bloem ook van het bezoek van de vlinder.

Behalve nectar uit bloemen eten sommige vlinders nog ander voedsel. Atalanta's en dagpauwogen bijvoorbeeld zijn dol op rottend fruit. In het najaar zijn ze vaak te vinden in boomgaarden, waar rottend fruit op de grond ligt. Ook zijn deze vlinders gemakkelijk te lokken met wat rotte appels of pruimen in de tuin. Er zijn ook vlinders die vocht opzuigen uit mest of dode dieren, zoals de grote weerschijnvlinder.
 

Voedsel voor de rups

Veel rupsen zijn erg kieskeurig. De meeste vlinders leggen hun eitjes dan ook op planten die later door de rups gegeten zullen worden: de waardplant van de vlinder. Meestal zijn dit wilde plantensoorten, maar ook sommige gecultiveerde planten worden als waardplant gebruikt. Iedere soort heeft zo zijn eigen voorkeur.
Rupsen van de kleine vos, dagpauwoog, landkaartje en atalanta leven bijvoorbeeld uitsluitend van grote brandnetel. De rupsen van het groot koolwitje en het klein koolwitje leven van koolplanten. Het boomblauwtje heeft weer een andere smaak: de rupsen houden van klimop, heide en hulst. Andere rupsen leven van grassen, weer andere van allerlei kruidachtige planten of van bladeren van bomen en struiken.

Sommige rupsen eten uitsluitend van één soort waardplant; deze rupsen worden monofaag genoemd (mono = één). Andere rupsen eten alleen planten uit één familie, zoals de rupsen van de kleine vuurvlinder, die verschillende soorten zuring eten; deze rupsen worden oligofaag genoemd. Ook zijn er rupsen die niet kieskeurig zijn: de rupsen van het bruin zandoogje eten bijvoorbeeld vrijwel alle soorten grassen; dit zijn polyfage (poly = veel) rupsen.
 

Warmte

Net als alle andere insecten zijn vlinders koudbloedige dieren. Dit betekent dat ze niet, zoals mensen, een constante lichaamstemperatuur van 37°C hebben. Hun lichaamstemperatuur is afhankelijk van de temperatuur van de omgeving. Vlinders hebben de warmte van de zon nodig om te kunnen vliegen; pas als ze opgewarmd zijn, worden ze actief.

Dagvlinders kunnen pas vliegen als hun lichaamstemperatuur tenminste 20°C is, maar 30°C is beter. Op een zonnige warme dag is dat geen probleem: door met zijn vleugels wijd uitgespreid te gaan zitten, vangt de vlinder zoveel mogelijk zonnewarmte op.
Vooral op beschutte plekjes kan het warm worden. Daarom zijn vlinders vaak te vinden in de luwte van struiken, heggen, houtwallen en bosranden. Op koude, bewolkte dagen houden ze zich schuil.
 

Beschutting

Dagvlinders zitten het liefst op beschutte plekjes waar ze zich op kunnen warmen in de zon. Op die manier doen ze energie op om verder te kunnen vliegen. Ook als het waait of regent zoeken vlinders deze beschutte plekken op, om daar te wachten tot het weer beter wordt.

Een gevarieerd landschap met afwisselend struiken, bomen en planten helpt vlinders zich te oriënteren in het landschap. Dit doen ze ongeveer op dezelfde manier als wij onze omgeving herkennen aan sommige gebouwen. Als alle planten er hetzelfde uitzien, verdwalen de vlinders. Ze voelen zich prettiger in een omgeving waar een variatie is in zowel hoge als lage planten. Dit maakt het ook makkelijker voor de mannetjes en vrouwtjes om elkaar te vinden, omdat de mannetjes vaak hoge planten als 'uitkijkpost' gebruiken om vrouwtjes te zoeken.
 

Plek om te overwinteren

Als het in september en oktober weer kouder wordt, gaan de vlinders in winterrust. Sommige soorten doen dat als vlinder, andere als pop, rups of eitje. In de tuin moeten dus ook plekken zijn waar de vlinders zich kunnen verschuilen. Dit doen ze bijvoorbeeld tussen snoeihout of dode, droge plantenresten.

Vlinders hebben er dus belang bij als dode planten in de winter gewoon in de tuin blijven staan. En hetzelfde geldt voor dode bladeren. Ook andere dieren, zoals vogels en egels, verstoppen zich vaak in dergelijke hoekjes van de tuin. In een kale, schoongeharkte tuin kan geen vlinder overwinteren. Dus uw tuin winterklaar maken? Doe dat niet te rigoreus, maar laat ook geschikte overwinteringsplekken over voor de vlinders!
 

Laatste wijziging: 25 november 2010
heideblauwtje (Plebejus argus)
Foto: Emo Klunder
kleine vos (Aglais urticae)
Vierlingsbeek - 11 oktober 2006
Foto: André den Ouden
groot dikkopje (Ochlodes sylvanus)
Hoge Veluwe - 5 juli 2006
Foto: Johan Barth
oranje luzernevlinder (Colias croceus)
Eyserheide - 16 juli 2005
Foto: J.S. Jansen
rups van de gehakkelde aurelia (Polygonia c-album)
Hoogezand - 13 oktober 2006
Foto: Meint Mulder
rups van het groot koolwitje (Pieris rapae)
Foto: Marlies Bouten
dagpauwoog (Aglais io)
Foto: Sandra Nix
kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)
samen met aardbeivlinder (Pyrgus malvae)
Foto: Wim Koopman
distelvlinder (Vanessa cardui)
Schiedam - 2 oktober 2007
Foto: Wilma van Holten
citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)
Foto: Hennie Zeij

De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen