vorige  |  volgende
kleine vuurvlinder  (Lycaena phlaeas)

De rups

Familie

blauwtjes (LYCAENIDAE)

Levenscyclus

Rups: half augustus-half mei en eind mei-begin juli. De rups is meestal te vinden op de onderkant van een blad. Omdat een dun laagje van de onderkant van het blad wordt weggevreten zijn bezette bladeren vaak goed herkenbaar door doorvallend licht. De soort overwintert als halfvolgroeide rups in de strooisellaag. De verpopping vindt plaats onder of tussen de bladeren van de waardplant of in de strooisellaag.

Uiterlijk van de rups volgens
'Thieme's rupsengids' van D.J. Carter en B. Hargreaves

Tot 15 mm; kort en plomp, versmald naar de uiteinden; lichaam groen met een roze purperachtige rugstreep en een overeenkomstige streep onder de spiracula; de aanwezigheid en intensiteit van de roze-achtige tekening is bijzonder variabel; kop bruinachtig groen en in het lichaam teruggetrokken.

Voorkomen

Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt; meestal niet in grote aantallen.

Habitat

Vrij open en meestal droge gebieden, zoals schrale plekken op de zandgronden in graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende gronden, tuinen en bermen; ook schrale graslanden in moerassen en op vochtige heiden.

Waardplanten

Vooral schapenzuring; soms veldzuring.

Laatste wijziging: 3 september 2010